‘Ein wahrhaft passender histo­rischer Ort’. De replica van Hitlers werkkamer en het probleem van ‘authenticiteit’

Susan Hogervorst

Publicatiedatum: 4 juni 2019

Op een onbeduidend pleintje voor een Berlijns appartementencomplex staat een informatiebord. Hier bevond zich het grotendeels ondergrondse complex waar Adolf Hitler in de laatste oorlogsmaanden verbleef, samen met enkele getrouwen en de benodigde staf, en waar hij op 30 april 1945 zelfmoord pleegde. In zekere zin markeert deze plek dus het einde van de Tweede Wereldoorlog, ofschoon de vrede op dat moment nog niet was getekend.

Het informatiebord op de plek van de originele Führerbunker aan de Wilhelmstrasse in Berlijn. Foto: Zvucini, 11 april 2007, via WikimediaCommons, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Place_Of_Hitler_Bunker_2007.jpg

Na de oorlog groeide deze Hitlerbunker uit tot mythische proporties. Foto’s van Churchill zittend op de restanten van Hitlers stoel voor de ingang van de bunker gingen de wereld over. De plek werd een symbool van het kwaad, en tegelijk van de overwinning daarop. Niettemin was er eveneens een grote behoefte om de sporen van dit beladen verleden en dus van deze plek uit te wissen. Ook diende te worden voorkomen dat sympathisanten deze plek zouden gebruiken om Hitler te verheerlijken. Nadat de Sovjets en later het DDR-regime vergeefs hadden geprobeerd de Führerbunker op te blazen, verdwenen de restanten begin jaren negentig definitief onder het genoemde nieuwbouwcomplex.

Bron: Lockeyear W T (Capt), Malindine E G (Capt), No 5 Army Film & Photographic Unit - This is photograph BU 8961 from the collections of the Imperial War Museums., Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=631702

Interessant is dat Hitlers werkkamer – de ruimte in de Führerbunker waar hij zijn laatste daad stelde – intussen is gereconstrueerd in een nabijgelegen bunker die nog wél bewaard is gebleven. Dit artikel laat zien hoe er in de tentoonstelling rond de bunkerreplica met een vermenging van feit en fictie wordt geprobeerd de authenticiteit van deze replica te vergroten.


Belangrijk daarbij is het onderscheid tussen twee vormen van authenticiteit zoals die worden beschreven in de literatuur over dit meerduidige concept. [1] Enerzijds gaat het daarin over authenticiteit als eigenschap van een object of plaats, die op basis van expertise kan worden vastgesteld. Denk aan de wetenschappelijke praktijken binnen bijvoorbeeld de geschiedbeoefening, de kunstgeschiedenis en de archeologie, waarin aan de hand van vastgestelde criteria uitspraken worden gedaan over echtheid, oorsprong en representativiteit.


In een constructivistische benadering daarentegen wordt authenticiteit niet zozeer als eigenschap, maar als effect van dat object op de beschouwer. Daarbij gaat het dus vooral over de vraag of een object correspondeert met de kennis, ideeën en verwachtingen van de beschouwer ten aanzien van dat object. Niet zozeer het object zelf staat hierbij centraal, maar de beschouwer ervan, zij het een expert of een gewone bezoeker. De wijze van presenteren – in een tentoonstelling of in een ander medium – heeft invloed op deze authenticiteitservaring. [2]

Locatie: Hitlerbunker of Storybunker?

De ambivalentie rond de authenticiteit van de replica van Hitlers werkkamer blijkt alleen al uit de locatie. Ze bevindt zich in de zogeheten Anhalter bunker, een originele Luftschutzbunker (‘luchtbeschermingsbunker’) zoals die tijdens de oorlog in Duitse en Oostenrijkse steden werden gebouwd, nabij het Anhalter Bahnhof. Dit soort kolossen van gewapend beton dienden als schuilplekken voor de omwonenden tijdens bombardementen. Sommige, zoals de Hitlerbunker, waren grotendeels ondergronds; andere zoals de Anhalter bunker, waren bovengronds en hadden luchtafweerkanonnen op het dak, waarmee werd geprobeerd geallieerde bommenwerpers uit de lucht te schieten.


In de Anhalter bunker vestigde zich in 2014 het Berlin Story Museum: een particulier museum dat voortkwam uit een historische vereniging. Het museum startte met een permanente expositie over de Berlijnse geschiedenis, en noemde zich al snel de Berlin Story Bunker. Vanaf 2016 werd in het overgrote deel van het complex de tentoonstelling ‘Hitler – Wie konnte es geschehen?’ (Hitler – Hoe kon het gebeuren?) ingericht, met de replica van Hitlers werkkamer als spektakelstuk.


Het is juist deze vermenging van de bunker als museumlocatie en het mythische karakter van de Hitlerbunker als onderwerp van de tentoonstelling waardoor je als bezoeker op het verkeerde been wordt gezet. De Storybunker is niet de Führerbunker. Dat weet je en het wordt ook nergens expliciet zo gesteld, maar met het onderscheid wordt, al dan niet bewust, niet zorgvuldig omgesprongen. De aantrekkingskracht van de Hitlerbunker wordt slim benut om bezoekers te trekken naar een bij tijd en wijle behoorlijk taai geschiedverhaal, dat begint bij de inname van Berlijn door Napoleon in 1806, en via de Eerste Wereldoorlog, de Weimartijd en de opkomst van de nazi’s voert naar de Tweede Wereldoorlog en de Shoah.

Geschiedenis en representatie

De reconstructie van Hitlers werkkamer in het laatste deel van de tentoonstelling is een haast idyllisch tafereel, zeker na de gruwelijke beelden die bezoekers eerder te zien hebben gekregen. Te zien zijn enkele meubels - een bankje en twee fauteuils, een lage tafel, en een bureau - en een lege champagnefles die dienstdoet als bloemenvaas. Aan de achterwand hangt een portret van Frederik de Grote. Ook zien we een brandblusapparaat en een zuurstoftank; Hitler was naar verluidt voortdurend bang om te stikken. Een informatiebord geeft aan waar de lichamen van Hitler en zijn vrouw Eva Braun precies zijn aangetroffen.


Gezien de omvang van het voorgaande deel van de tentoonstelling, en zeker ook gezien de ernstige aard van de thematiek, is dit gereconstrueerde kamertje waar zoveel om te doen is geweest in feite haast een anticlimax. Ook de tentoonstellingsmakers lijken te hebben beseft dat er na deze reconstructie meer moest komen. In het resterende deel van de tentoonstelling zijn opvallende keuzes gemaakt, waarbij geschiedenis en representatie door elkaar heen lopen, en waarin bedoeld of onbedoeld wordt gespeeld met de authenticiteit van de tentoonstelling.


In een zijkamertje is op vrij kleine, naast elkaar gepositioneerde beeldschermen een doorlopende vertoning van vier films te zien over Hitler in de bunker in de laatste oorlogsfase. [3] Door niet één maar vier films te vertonen, ontstaat als vanzelf een metaperspectief op de Hitlerbunker; een bezoeker ziet dat de bunker op uiteenlopende manieren kan worden verbeeld. Bovendien wordt hierdoor ook de zojuist bekeken replica van Hitlers werkkamer in een traditie – en in een verhouding daartoe – geplaatst van eerdere representaties of interpretaties van dit intrigerende laatste stuk oorlogsgeschiedenis. Deze museale presentatiestrategie schept met andere woorden afstand tussen bezoeker en het tentoongestelde, laat de bezoeker ‘uitzoomen’ en nadenken over de replica als een van de vele representaties van de historische plek in kwestie.


Maar daarna gebeurt er iets vreemds. De helft van de resterende ruimte op deze verdieping is gevuld met stilstaande beelden uit de meest bekende van de doorlopend vertoonde films, namelijk Der Untergang, waarvan het grootste deel zich afspeelt in de bunker. Deze stills zijn op ooghoogte geplaatst en tonen Hitlers werkkamer – uiteraard ook weer als reconstructie. De bedoeling lijkt te zijn geweest om de bezoeker toch een beter of vollediger beeld te geven van die werkkamer, als aanvulling op de replica. Maar het effect is dat het beeld dat Der Untergang van de werkkamer geeft tot norm wordt verheven waaraan het realiteitsgehalte van de replica kan worden getoetst. Weliswaar is voor deze film gebruik gemaakt van plattegronden die er van de bunker zijn gevonden, en van getuigenissen van mensen die in de bunker zijn geweest. Het beeld van de bunker uit Der Untergang is echter hoe dan ook een reconstructie. Dat fictie en werkelijkheid plotseling, juist op deze cruciale plek in de tentoonstelling, door elkaar heen lopen, veroorzaakt een belangrijk authenticiteitseffect. De ene representatie (film) verwijst naar de andere representatie (replica), waarbij ze elkaar een zekere authenticiteit verlenen. Daarbij gaat het niet om objectauthenticiteit, maar om subject- of ervaringsauthenticiteit: een bezoeker kan beoordelen in hoeverre de replica correspondeert met zijn of haar eigen beeld van de werkkamer; een beeld dat met grote waarschijnlijkheid gebaseerd is op Der Untergang.

Populistisch sentiment: de ware interesse van de gewone man

Naast de ambiguïteit ten aanzien van de locatie en de vermenging van geschiedenis en representatie, is er nog een derde aspect aan deze tentoonstelling waarin authenticiteit een belangrijke rol speelt. Dat heeft te maken met de positionering van de Storybunker als particulier museum, en met de legitimering van deze tentoonstelling.


De replica van Hitlers werkkamer bevindt zich achter glas; er wordt afstand gecreëerd tussen bezoeker en voorstelling, en er wordt voorkomen dat je letterlijk de plaats van Hitler kunt innemen. Zo wordt deels aan de kritiek tegemoetgekomen dat het museum Hitler te veel zou humaniseren. Gezien de gevoeligheden die er in Duitsland nog altijd zijn rond het naziverleden, zeker als het gaat om de representatie van daders, zoeken de tentoonstellingsmakers hier echter wel degelijk een grens op.


Ze legitimeren dat allereerst door de niet mis te verstane, en alom geaccepteerde politieke boodschap die in de tentoonstelling is verwerkt: Hitler en alles waar hij voor stond is slecht. Voor het geval dat de bezoeker op basis van de geboden historische informatie tot andere conclusies zou komen, is er een doorlopende videopresentatie waarin de tentoonstellingsmaker zijn politieke boodschap op nogal plastische wijze tot uitdrukking brengt: in slow motion slaat hij met een grote hamer een borstbeeld van Adolf Hitler aan stukken.


Daarnaast stellen de makers dat er nu eenmaal heel veel mensen zijn met een fascinatie voor Hitler en de Tweede Wereldoorlog, zoals ook een grote wand aan het begin van de tentoonstelling duidelijk maakt. De wand toont talloze beelden van wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke boeken, filmposters, covers van strips en romans enzovoorts over Hitler. Ook is er een Google Trends-statistiekje waaruit blijkt dat Hitler veruit de populairste persoon ter wereld is. De tentoonstelling is aldus een antwoord op de informatiebehoefte van de gewone man.


Dit argument wordt nog eens extra aangezet op plaatsen in de tentoonstelling waar de makers zich afzetten tegen wat zij Universitätshistoriker noemen, academische historici, die bijvoorbeeld de mythevorming rond Hitler te weinig serieus zouden nemen. Juist op dit punt lijken de tentoonstellingsmakers een eigen identiteit neer te willen zetten als particulier – dus niet door de overheid gefinancierd – museum. ‘De documentatie Hitler, wie konnte es geschehen’, zo vermelden de makers in een reactie op Tripadvisor, ‘is noch een museum noch een reconstructie van de Führerbunker. Wij dragen de geschiedenis over van de Naziterreur van begin tot einde.’ [4] Hier, zo is de boodschap, wordt het ware verhaal verteld, dat er echt toe doet, op een manier die voor gewone mensen toegankelijk en betekenisvol is.


Ook uit de website van het museum blijkt deze populistische positionering. Niet alleen van gezagsdragers zoals de bondspresident, de ambassadeur van Israël en enkele professoren zijn de positieve commentaren opgenomen, maar ook van gebruikers van Tripadvisor en Facebook. Beide groepen verlenen de tentoonstelling een zekere status, hoewel op verschillende manieren. De recensies appelleren daarmee aan de verschillende vormen van authenticiteit zoals hierboven beschreven. Bij die van de eerste groep gaat het vooral om erkenning van de juistheid en betrouwbaarheid van de tentoonstelling, terwijl het bij de recensies van de ‘gewone’ museumbezoekers eerder lijkt te gaan om erkenning van bijzonderheid en werkelijk belang.

Besluit

In een poging om over dit beladen verleden een verhaal neer te zetten dat zowel waarachtig als aansprekend is, hanteren de tentoonstellingsmakers dus meerdere strategieën om authenticiteit te bewerkstelligen. Daaruit spreekt een spanning tussen academische geschiedenis en populair historisch besef. Volgens een van de vele bezoekers is de Storybunker ‘ein Wahrhaft passender historischen Ort’, zo staat er op de website van het museum: ‘Een waarlijk passende of geschikte historische plek’. Dat de geschiedenis van de ene plek wordt verteld op de andere, en dat daarbij geschiedenis en representatie in een onduidelijke relatie tot elkaar staan, is vanuit het perspectief van ‘Universitätshistoriker’ een complicerende factor. De Hitlerbunker is daarmee vooral een waarlijk passende plek om ‘authenticiteit’ in zijn vele gedaanten in werking te zien.

Voetnoten

[1] Voor een heldere beschrijving van de beide vormen of tradities waarin het begrip authenticiteit werd/wordt gebruikt, zie Sian Jones, ‘Negotiating authentic objects and authentic selves. Beyond the deconstruction of authenticity’, Journal of material culture 15 (2010) afl. 2, 1181-1203. Een mooi overzicht van de verschillende aspecten van het authenticiteitsbegrip in de populaire cultuur biedt Eva Ulrike Pirker e.a. eds., Echte Geschichte. Authentizitätsfiktionen in populären Geschichtskulturen (Bielefeld 2010). https://books.google.nl/books?id=1vBKCgAAQBAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ViewAPI&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false

[2] Dean MacCannell muntte in dit verband het begrip staged authenticity, zie Dean MacCannell, The Tourist: A New Theory of the Leisure Class (New York 1976). Zie voor een goede beschrijving en toepassing van dit begrip Daniel Reynolds, ‘Consumers or witnesses? Holocaust tourists and the problem of authenticity’, Journal of Consumer Culture 16 (2016) afl. 2, 334–353.

[3] Het gaat om de volgende vier films: Carl Szokoll (producent) en Georg Wilhelm Pabst (regisseur), Der letzte Akt (West-Duitsland en Oostenrijk, 1955); Wolfgang Reinhardt (producent) en Ennio De Concini (regisseur), Hitler: The Last Ten Days (Verenigd Koninkrijk en Italië 1973); David Susskind (producent) en George Schaefer (regisseur), The Bunker (Verenigde Staten 1981); Bernd Eichinger (producent) en Oliver Hirschbiegel (regisseur), Der Untergang (Duitsland, Italië en Oostenrijk 2004).

[4] ‘Die Dokumentation "Hitler - wie konnte es geschehen" ist weder ein Museum, noch eine Rekonstruktion des Führerbunkers. Wir vermitteln die Geschichte des Nazi-Terrors von Anfang bis Ende.‘ Reactie tentoonstellingsmaker Enno Lenze op Tripadvisor, juni 2018. https://www.tripadvisor.fr/Attraction_Review-g187323-d3497877-Reviews-Berlin_Story_Bunker-Berlin.html#REVIEWS (laatst geraadpleegd in april 2019).

Over de auteur

Susan Hogervorst is universitair docent historische cultuur en geschiedenisdidactiek aan de Open Universiteit. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in het project WAR! Popular Culture and European Heritage of Major Armed Conflicts. In 2018 was ze gastonderzoeker in Berlijn bij het Leibniz Forschungsverbund Historische Authentizität. Haar onderzoek richt zich op herinneringscultuur, digital humanities en oral history.

© 2019 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS |Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl