Toekomsttheater Schijnvertoning van het Nederlandse databeschermingsdebat

Evelien van Nieuwenhoven

Publicatiedatum: 3 juli 2020

Introductie

In Nederland staan we doorgaans ambivalent tegenover toekomstfictie, [1] het genre waarin de toekomst verbeeld wordt. De uitvergrote, geëngageerde kritiek op het heden die eruit spreekt wordt vaak afgedaan als onrealistische en te extreme doemscenario’s. Wanneer we ons geconfronteerd zien met een toekomstscenario, houdt dit land zich vast aan wetenschappelijke feiten en realisme van het hier-en-nu, en waagt het zich niet aan visie of vergezichten. Dat zijn volgens neerlandica Evelien van Nieuwenhoven neutraliserende reflexen die een goed geïnformeerd databeschermingsdebat en maatschappelijk zinvolle toekomstverbeelding in de weg staan. Aan de hand van een twistgesprek in DWDD over het theaterstuk #Niksteverbergen analyseert zij deze reflexen. [2]

Theatergroep De Verleiders maakt geëngageerd theater. Eerder al over de bankencrisis van 2008, vastgoedfraude en het zorgstelsel. In 2019 ging hun voorstelling #Niksteverbergen in première. Het stuk is te typeren als nabijetoekomsttheater over privacyverlies, onder druk van dataverzamelende techgiganten en surveillerende overheden. In het stuk staat ‘de privacytafel’ centraal, een fictieve commissie waarin experts én een burgerlid onderzoeken welk belang de Nederlandse burger aan privacy hecht. Het Nederlandse poldermodel is verheven tot artistiek onderwerp én vorm waarin satire wordt bedreven. Scènes over de privacytafel worden afgewisseld met monologen van de acteurs over actuele en mogelijk toekomstige privacyschendingen door The Frightful Five (Amazon, Apple, Facebook, Google, Microsoft), het Systeem Risico Indicatie (SyRI), en de nieuwe richtlijn voor betalingsverkeer (PSD2). De poster voor deze voorstelling is geënsceneerd zoals De aardappeleters, het iconische schilderij van Van Gogh waarin de kijker een voyeur (inbreker) is in een intieme setting.

Aan de aardappeleteranalogie is ietwat gesleuteld, omdat niet zoals in het schilderij de personen met elkaar bezig zijn, maar de mensen aan tafel óns aankijken. Het is een toespeling op het verschil tussen personen die niets te verbergen hebben (de aardappeleters van Van Gogh) of wél iets te verbergen hebben (De Verleiders). Zij waarschuwen ons, burgers, voor het cliché dat nu ook in discussies rond de Covid-apps weer veelgehoord is: ‘Ze mogen alles van me weten, ik heb niets te verbergen.’ Zowel de poster als de inhoud van de voorstelling willen ons iets duidelijk maken over de specifiek Nederlandse omgang met surveillance, ondoorzichtige bureaucratie en dataverzameling: die is veel te onverschillig. Door uitvergrotingen van huidige ontwikkelingen in de zeer nabije toekomst laten De Verleiders zien hoe typisch Nederlandse aardappeleters zich vrijwillig van alle kanten laten bekijken.

‘Een digitale kameleon die patat bakt’

Met deze metafoor leggen acteurs Pierre Bokma, George van Houts, Tom de Ket en Leopold Witte in hun rol als commissieleden van de privacytafel aan burgerlid Henk (gespeeld door Victor Löw) uit wat een algoritme is:

Een reeks digitale bevelen waarmee net als in een recept een aardappel tot patat omgevormd kan worden. Een vooraf bedachte rangschikking van berekeningen die tot een bepaald doel leiden, en die zich bovendien als een kameleon aanpast om dat doel te bereiken.

Henk snapt het, en de fictieve commissie kan door met de discussie over wat de burger nu eigenlijk van privacy vindt.

In De Wereld Draait Door van 28 januari 2019, op de Dag van de Privacy, spelen De Verleiders drie minuten uit hun voorstelling. [3] Daarna gaan ze met presentator Mathijs van Nieuwkerk in gesprek over de aanleiding om de voorstelling te maken. Van Nieuwkerk introduceert De Verleiders als ‘actors with a cause’, en stipt ook even aan dat de voorstelling Door de bank genomen (2014-2018) en het daaraan gekoppelde burgerinitiatief Ons Geld tot een kritisch WRR-rapport heeft geleid. [4] Het gesprek gaat onder andere over de privacyparadox: veel mensen zeggen privacy heel belangrijk te vinden, maar gaan er in de praktijk heel slordig mee om. De Verleiders maken zich zorgen over voorspellende algoritmen en de data die daar als handelswaar uit voortvloeien. In het gesprek dragen ze een aantal hypothetische situaties aan waarin bijvoorbeeld geheime diensten op basis van algoritmen risicovlaggetjes plaatsen bij gemonitord gedrag. George van Houts geeft een voorbeeld van een situatie waarin het kopen van kunstmest, gekoppeld aan een bepaald postcodegebied van een moslimwijk, tot een risico-indicatie kan leiden. Hij stelt dat de onschuldpresumptie, het onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is, daarmee op losse schroeven staat en omgedraaid wordt tot ‘bij voorbaat verdacht’.

Na de uitzending ontstond commotie. Ministeriële en journalistieke Twitteraccounts werden aangewend om verontwaardiging te uiten over de manier waarop de acteurs zaken voorstelden. De onrustbarende toekomstbeelden konden rekenen op hoon en werden beoordeeld als lariekoek. De minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren twitterde: ‘Met stijgende verbazing geluisterd naar de beweringen van deze acteurs bij #dwdd #factfree. Het werk van de AIVD is geen toneelstuk (…).’ [5] Techredacteur Laurens Verhagen van de Volkskrant schreef: ‘Het leek maandagavond wel of complotdenkend internet aan tafel zat bij gastheer Matthijs van Nieuwkerk. De apocalyptische boodschap: het Systeem heeft ons in zijn klauwen en ons brein is gehackt. Er is veel kritiek, ook van minister Ollongren.’ [6]

Hierop mochten de acteurs nogmaals in de uitzending verschijnen, samen met Ollongren en techjournalist Huib Modderkolk. Van Nieuwkerk verontschuldigde zich voor zijn eerdere onkritische houding, en er volgde een nieuwe discussie over privacy, kunstmest en AIVD-vlaggetjes. De analyse van dat gesprek, en de tegenstelling tussen feit en fictie die daarin centraal staat, vormt de hoofdmoot van dit artikel.

Afstand nemen

Dit DWDD-gesprek [7] is mijns inziens exemplarisch voor hoe in Nederland met zowel toekomstverbeelding als het databeschermingsdebat wordt omgegaan. [8] Zelfs dermate representatief dat ik de belangrijkste actoren in het gesprek – de Minister, de Techjournalist en de Acteurs – als personages van een publieke performance zal typeren, die symbool staan voor typisch Nederlandse standpunten op het gebied van toekomstverbeelding en databeschermingsproblematiek. Op deze manier kan ik de eigenlijke discussie van een afstand bekijken, en onderliggende maatschappelijke mechanismen blootleggen op een wijze waarop ook toekomstfictie dat kan. Daarmee wil ik ook laten zien wat voor belang fictie kan spelen in een maatschappelijk debat. Zoals schrijver en historicus Ewoud Kieft stelt: ‘Fictie kan de waarheid dichter benaderen, juist omdat het niet haar directe doel is om gelijk te krijgen.’ [9] De nuttige denkstap die fictionaliseren oplevert, illustreerde Coen van Zwol recent in NRC door een fictieve recensie te schrijven van de Coronacrisis, als ware het een aflevering van de bekende dystopische serie Black Mirror. [10] Met een even simpele als geniale denkstap stelt hij ons in staat om de situatie waar we middenin zitten van een afstandje te kunnen bekijken en deze op die manier heel zinvol te kunnen becommentariëren. Hij beschrijft de werkelijkheid alsof het fictie is, en dat helpt om op die realiteit te reflecteren. Hetzelfde geldt ook andersom: toekomstfictie, die verzinsels presenteert als ware het een mogelijke toekomstige werkelijkheid, is een probaat middel om te reflecteren op het heden door sommige tendensen uit te vergroten en dóór te denken. Harry Mulisch’ bekende uitspraak in dit verband luidt: ‘[Toekomstfictie beschrijft] vandaag in termen van morgen (…). Wanneer men een tijd wil leren kennen, dan moet men haar toekomstvisioenen bestuderen.’ [11]

Om tevens bloot te leggen hoe we in Nederland vaak níet in deze denkstap van toekomstfictie mee willen gaan, verdeel ik de reacties van de personages in het gesprek in twee werkelijkheidsdomeinen. [12] De Techjournalist en Minister bevinden zich in het waarheidsdomein, waarin zij bij de feiten en het hier-en-nu blijven. De Acteurs bevinden zich in het werkzaamheidsdomein, waarin zij hun visie uiten en de verbeelding inzetten om verder dan de feiten te kijken. In het waarheidsdomein worden beweringen geuit en getoetst op hun juistheid volgens wetenschappelijke methoden van inductie of deductie, logisch redeneren en nauwkeurige bewijsvoering gebaseerd op zorgvuldig vergaarde gegevens. In het werkzaamheidsdomein worden beweringen geuit of getoetst op hun doeltreffendheid volgens de wetten van de verbeelding, de invoelbaarheid en effectiviteit van retoriek en zinvolle inzet van het nadenken over het (nog) niet reëel bestaande, om zo risico’s, kansen en op stapel staande ontwikkelingen in te schatten. Beide domeinen zijn nodig en legitiem. Een uitwisseling tussen beredeneerde feitelijkheden en invloedrijke verhalen is onontbeerlijk om een open debat te voeren.

Het gesprek bij DWDD begint met een toenadering tussen beide domeinen. De Minister nodigde in haar tweet De Verleiders uit eens te komen kijken bij de AIVD, en op haar beurt heeft zij de voorstelling in Carré bezocht. Wat een waardevolle uitwisseling had kunnen worden, mondt echter uit in miscommunicatie en vooral in de diskwalificatie van het werkzaamheidsdomein. [13]

Links Minister Kajsa Ollongren en Techjournalist Huib Modderkolk, in het midden presentator Mathijs van Nieuwkerk en rechts Acteursgroep De Verleiders bij De Wereld Draait Door, 25 februari 2019. Bron: https://nos.nl/artikel/2273489-na-privacyrel-zaten-minister-en-de-verleiders-aan-dwdd-tafel-dit-bespraken-ze.html

De Minister & de Techjournalist in het waarheidsdomein

De Minister benadert het databeschermingsdebat dat De Verleiders oproepen het sterkst vanuit het waarheidsdomein. Haar tweet laat zien dat ze zich bewust is van de tegenstelling tussen feit en fictie. Ze plaatst de ‘factfree beweringen van de acteurs’ tegenover ‘het werk van de AIVD dat geen toneelstuk is’. Fictie wordt hier voorgesteld als feitenvrij, ongegrond in de realiteit, en het veiligheidswerk van de AIVD als iets objectiefs waarmee niet te spotten valt door middel van een opvoering. Op de openingsvraag van Van Nieuwkerk over wat zij van de voorstelling vond, antwoordt zij dat de voorstelling (haar nadruk) haar goed is bevallen – ‘het zijn immers topacteurs’ – maar dat ze er moeite mee heeft dat het toneel wordt afgewisseld met ‘wat als feiten worden gepresenteerd’. Het voorbeeld van de koppeling die de AIVD zou maken tussen een postcodegebied en het kopen van kunstmest noemt ze ‘totale onzin. Kan niet, gebeurt niet, mag niet.’ [14] De Minister koppelt hier het artistieke genot van de voorstelling los van het maatschappelijke engagement, door de uitingen van De Verleiders enkel vanuit het waarheidsdomein te benaderen. Ze stelt dat ze reageerde middels haar tweet omdat ze wil voorkomen dat mensen écht denken dat de AIVD dit soort werk verricht, en benadrukt dit vervolgens een aantal keer in het gesprek. Dit duidt op een onderliggende aanname dat kunst enkel iets is om van te genieten; als vorm van engagement met, in dit geval, databeschermingsproblematiek, is ze ongegrond omdat toehoorders kunnen denken dat de voorstelling hen de waarheid voorspiegelt. Het werkzaamheidsdomein, vanwaaruit op artistieke wijze kritiek en betrokkenheid bij politieke keuzen kan worden getoond, wordt buitenspel gezet.

Op de vraag van Van Nieuwkerk ‘Begrijpt u de zorgen van de acteurs over buitensporige opslagsystemen van de overheid?’ stelt de Minister dat we die technologie gebruiken voor dingen die we in Nederland belangrijk vinden: het opsporen van zakkenrollers, mensenhandel, witwassen. Deze reactie past bij een door politiek socioloog Merijn Oudenampsen getypeerd neutraliserend Nederlands realisme in de politiek, waarin politieke onderwerpen en keuzes (zoals over databescherming) als apolitiek worden afgeschilderd. [15] Hiermee gaat zij niet in op de politieke keuzen die ten grondslag liggen aan de samenstelling van algoritmen en koppelingen in die systemen, maar vestigt de aandacht enkel op het doel waarvoor deze systemen zijn opgetuigd en waar bijna niemand tégen kan zijn: criminaliteitsbestrijding. De zorg die de Acteurs uiten over de sleepnetfunctie van deze systemen waarin niet specifiek criminelen, maar veel onschuldige Nederlanders meegenomen worden, laat ze hiermee onbeantwoord. Data en technologie zijn voor haar neutrale middelen om in te zetten in probleemoplossingsprocedures in zowel wetenschap als politieke besluit- en beleidsvorming. Deze neutraliserende, apolitieke houding past bij de afkeer van het schetsen van vergezichten in Nederland, iets wat buitenspel gezet is door de ingeburgerde uitspraak van Mark Rutte dat ‘visie als een olifant is die het zicht belemmert’. [16] Deze afkeer van visie en behoefte aan pragmatisme geldt als een neutrale typering van het Nederlandse poldermodel, die toekomstverbeelding (en toekomsttheater) afdoet als onrealistische onzin. De Minister focust uitsluitend op hoe het nú geregeld is, en haar is na herhaaldelijk aandringen geen visie op databescherming in Nederland te ontlokken.

De Techjournalist hamert in het gesprek eveneens op het vasthouden aan feiten, en sluit daarmee net als de Minister visie en toekomstverbeelding uit als mogelijke werkelijkheidsbenadering. Ook hij heeft de voorstelling van De Verleiders gezien, en laat zich erop voorstaan dat hij die met een factcheckbril heeft bekeken. Hij heeft 80% feiten waargenomen, en 20% onzin gezien. Hij stelt:

En hier gaat het fout (…), het is complexe materie, het is daarom zo ontzettend belangrijk om feitelijk te zijn. (…) Gelukkig kunnen we hier een keer wat langer doorpraten over zo’n ontzettend belangrijk onderwerp, en er kunnen zorgen over zijn, (…) maar overdreven luchtfietserij helpt al helemaal niet om de discussie goed te voeren. [17]

De strategie van de Techjournalist om grip te krijgen op de complexe materie is enkel bij de feiten te blijven. Hij vergeet dat de reden waarom hij is uitgenodigd ‘eens wat langer te praten’ over databescherming júist die luchtfietserij is, die door middel van kritische artistieke reflectie discussie heeft opgewekt.

Daarnaast is het aanduiden van iets als ‘complex!’ een manier om mensen (in dit geval de Acteurs) uit te sluiten van een discussie. Hierdoor wek je de indruk alsof een onderwerp alléén door experts zinvol bediscussieerd kan worden, en dat geen gesprek over hypothesen en vergezichten kan plaatsvinden wanneer niet eerst álle feiten op tafel liggen. Deze houding past bij de door Oudenampsen uit de geneutraliseerde politieke denktraditie afgeleide ‘opvallende journalistieke opvatting in Nederland, dat de media een neutrale reflectie horen te bieden van maatschappelijke ontwikkelingen, in plaats van eigen visies erop na te houden’. [18] De Nederlandse (Tech)journalist is doorgaans een objectief bemiddelaar die de onvermijdelijkheid van een gepositioneerde blik lijkt te ontkennen. Door zijn factcheckbril enkel op het hier-en-nu te richten, gaat de Techjournalist voorbij aan de zogenaamde Function Creep, het aangetoonde principe van doelverschuiving bij technologische innovaties, waardoor ze voor andere doeleinden gebruikt worden dan oorspronkelijk bedoeld. [19] Dat er geen bewijzen zijn dat iets nú (nog) niet gebeurt, betekent niet dat het niet zinvol is om na te denken over de precedenten die een systeem kan scheppen. De Techjournalist snapt de achterdocht bij de heren, en staaft die ook deels met voorbeelden van het Systeem Risico Indicatie (dat inmiddels op 6 februari 2020 door de rechter onverbindend is verklaard met het Europees recht), [20] kentekenregistratie en de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten waarin waarborgen niet voldoen. Hij blijft de Acteurs echter aanvallen op hun feitenvrije benadering, terwijl hij net als hen kritiek uit op de Minister en bovengenoemde overheidssystemen. Hij blijft bij zijn strategie om de als-dan-situaties die de Acteurs aandragen als onduidelijkheidsscheppers te zien. Waarheid en Werkzaamheid gaan hier geen bondgenootschap aan.

De Acteurs in het werkzaamheidsdomein

De Acteurs benaderen het politieke onderwerp van databescherming vanuit het werkzaamheidsdomein en proberen hierover discussie aan te wakkeren door middel van uitvergroting, satirische bespreking en ironische behandeling ervan. Een Acteur stelt in het gesprek dat het kunstmestvoorbeeld een gechargeerd toekomstbeeld was, en dat zij daarmee als theatermakers aandacht willen vragen voor de niet-transparante manier waarop overheidssystemen gegevens aan elkaar koppelen door middel van algoritmen. Van Nieuwkerk vraagt of ze spijt hebben van het voorbeeld: ‘Jullie willen iets aan de kaak stellen, en dan neem je een voorbeeld wat volstrekt nergens op slaat, dat maakt ook misschien de rest van wat jullie beweren niet zo betrouwbaar?’ [21] Met deze vraag en woordkeuze gaat de presentator voorbij aan het werkzaamheidsdomein. Door zijn woordkeuze doet hij het voorkomen alsof iets aan de kaak stellen alléén kan met betrouwbare informatie. Iets aan de kaak stellen door middel van artistieke uitvergroting rekent hij nu buiten de mogelijkheden, waar hij in het eerste Verleiders-optreden nog vol verwondering in mee ging.

De acteurs voelen zich genoodzaakt mee te gaan in dit discours dat fictie diskwalificeert. Wie wil er nou níet betrouwbaar zijn en durft nog bij zijn/haar volle verstand de associatie met nepnieuws of feitenvrijheid op zich te laden? Het spijt hen, zeggen ze, het was nooit hun bedoeling verwarring te zaaien. De Acteurs voegen zich in het gesprek grotendeels in het discours van feitelijkheid uit het waarheidsdomein, maar breken er met een aantal uitspraken over de vrijheid van kunstenaars ook uit:

Wat [de Techjournalist] zegt over die 20%: Wij zijn theatermaker, wij gebruiken in al onze onderwerpen altijd de overdrijving en de hyperbool en we gaan altijd door over ‘waar zou deze ontwikkeling toe kunnen leiden?’ En dan gaan we chargeren en trekken we het uit z’n verband. Want we zijn theatermakers en dan wordt het voor het publiek invoelbaar. En dan voel ik mij niet gehouden aan de letter van de wet. Dat is mijn vrijheid als kunstenaar.’ [22]

De enige uithaal naar de eenzijdige benadering van databescherming vanuit het waarheidsdomein komt aan het eind van het gesprek, wanneer opnieuw ingegaan wordt op de 80/20-verhouding. De Acteurs stellen dat het concept van De Verleiders sterk leunt op de overdrijving. Dat doen ze op basis van doordenken op informatie, die door de Techjournalist voor 80% als feitelijk is getypeerd. De Acteur zegt: dan is het niet verwonderlijk die 20% erbij te denken, wanneer je al 80% van de ontwikkelingen hebt gezien. Ze stellen dan ook dat het redelijk naïef is van mensen om die 20% die zij nog niet waar vinden, af te schrijven als complete onzin, in plaats van het als serieus conversatiemateriaal te behandelen. Van Nieuwkerk geeft het gesprek op dit punt echter een wending, waardoor een confrontatie tussen de twee werkelijkheidsdomeinen uitblijft.

Conclusie: Twee onverenigbare werkelijkheidsdomeinen?

In dit DWDD-gesprek over toekomstverbeelding en databescherming is een machtsverschil tussen twee werkelijkheidsdomeinen te bemerken. Het waarheidsdomein kan het werkzaamheidsdomein diskwalificeren door sterk te sturen op associaties met ‘onzin’ en ‘lariekoek’. Andersom slaagt het werkzaamheidsdomein er niet in om met associaties als ‘naïef’ een eenzijdige benadering vanuit het waarheidsdomein te veroordelen. Het gaat mis, een debat wordt een schijnvertoning, wanneer de werkzaamheid enkel in termen van de waarheid wordt beoordeeld. Het levert botsende vertogen op waarin de verbeelding wordt afgeserveerd.

Wellicht blijkt de nasleep van de Coronacrisis en de realisatie dat we werkelijk zomaar in een toekomstscenario kunnen belanden een breekijzer in deze impasse. ‘[We kunnen sciencefiction nu gebruiken voor] het uitdenken en uittesten van nieuw, baanbrekend beleid, waar na deze crisis behoefte aan zal zijn,’ stelt Aafke Romeijn, schrijver van de toekomstroman Concept M (2018), in De Groene Amsterdammer. [23] Zij bezingt het genre van toekomstfictie als bron van troost en inspiratie in tijden van Corona, maar vooral ook als een maatschappelijk nuttige methode om over nieuwe sociale, economische, politieke en technologische realiteiten na te denken. Het artikel staat in een special waarvan men al voor de Coronacrisis had bedacht dat het thema ‘Nederland in de toekomst’ zou zijn. In het voorwoord staat: ‘Onze politiek is pragmatisch ingesteld en goed in het oplossen van allerlei losse problemen (…) maar minder goed in het schetsen van het langetermijnperspectief. ‘Wat ontbreekt is een toekomstbeeld waarop we die oplossingen kunnen afstemmen (…).’ [24]

Toekomstfictie is één manier waarop zo’n toekomstbeeld en langetermijnperspectief geschetst kan worden, maar is in Nederland een zeer slecht gewaardeerde manier. [25] En bovendien een denkwijze in het werkzaamheidsdomein die te vaak bij voorbaat buitenspel is gezet vanwege een geneutraliseerde, apolitieke benadering van veel politieke zaken zoals databescherming. De Verleiders hebben aangetoond dat een politiek onderwerp benaderen vanuit het werkzaamheidsdomein wel degelijk door kan dringen tot het waarheidsdomein. Bijvoorbeeld in de vorm van een kritisch WRR-rapport over het Nederlandse geldstelsel, dat werd opgesteld naar aanleiding van hun eerder ook weggehoonde voorstelling over de bankenwereld. Ook het SyRI-systeem is inmiddels, mede door inmenging van Maxim Februari, schrijver van de toekomstroman Klont (2017), onwettig verklaard. Zo blijkt geëngageerde kunst in Nederland niet geheel tandeloos.

Het DWDD-debat dat ik hier analyseerde is een publieke performance in Nederlandse miscommunicatie rondom de maatschappelijke waarde van toekomstfictie. Terwijl het juist zo inzichtelijk werkt om toekomstfictie als middel in te zetten om naar de werkelijkheid te kijken. Laten we in de Coronacrisis niet alleen fysiek, maar ook door middel van de verbeelding afstand nemen, om zo werkzame scenario’s een kans te geven.

Voetnoten

[1] Toekomstfictie definieer ik in navolging van Thomas Pierrart als ‘in de breedste zin alle [fictie] die zich voor de lezer in meerdere of mindere mate in de toekomst van de lezer lijkt af te spelen’. Thomas Pierrart, ‘Lezen over morgen... Een genreonderzoek naar Nederlandstalige toekomstliteratuur vanaf de 18 de eeuw tot heden’, Ongepubliceerde masterproef KU Leuven (2016) 16. [2] Ik wil Marieke Borren hartelijk danken voor haar literatuursuggesties en het meedenken bij de totstandkoming van dit stuk. [3] Toneelstuk #Niksteverbergen – De Verleiders. De Wereld Draait Door. 28 januari 2019. https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/507622. [4] Zie voor het WRR-rapport https://www.wrr.nl/onderwerpen/geldschepping. [5] https://twitter.com/kajsaollongren. [6] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-curieuze-dwdd-uitzending-over-privacy-in-zeven-fragmenten~b8a8d6e9/. [7] Het hele gesprek is terug te kijken via https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/509193. [8]In navolging van schrijver Maxim Februari in een recente column in NRC heb ik het hier over het databeschermingsdebat. Dat wordt al snel geherformuleerd als het privacydebat, maar op die manier wordt privacy gekaderd als ‘individuele’ vrijheid, en afgewogen tegen de ‘collectieve’ economie en volksgezondheid. Dit is een schijnbare tegenstelling: privacy en vrijheid zijn beide fundamenteel collectieve aangelegenheden. https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/12/gruwelijk-misverstand-privacy-is-het-punt-niet-a3996597. [9] Ewoud Kieft, ‘Verbeelding kan ons redden – gebruik die dan ook’, NRC, 23 mei 2020, 8-9. [10] Coen van Zwol, ‘Stel, de Coronacrisis was een aflevering van Black Mirror, NRC, 21 april 2020, geraadpleegd op 25 mei 2020 via https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/21/stel-de-coronacrisis-was-een-aflevering-van-black-mirror-a3997407. [11] Harry Mulisch, De toekomst van gisteren (Amsterdam 1972) 109-110. [12] Ik schrijf deze naar mijn weten niet opgetekende benaderingswijze van waarheids- en werkelijkheidsdomein toe aan dr. Marietje Kardaun, in het kader van een college in de BA-opleiding Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht. [13] Ik kan in dit stuk vanwege de beperkte woordenomvang helaas niet het hele gesprek, alle argumenten en mijn analyse van hun specifiek nationale cultuurhistorische inbedding bespreken, daarom focus ik op het onbegrip tussen de beide domeinen. [14] https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/509193. [15] Merijn Oudenampsen, De conservatieve revolte. Een ideeëngeschiedenis van de Fortuynopstand (Nijmegen 2018). [16] Mark Rutte, ‘Nederland bij de tijd brengen. Verandering én zekerheid: H.J. Schoolezing’, 2 september 2013, geraadpleegd op 8 juni 2019 van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/ 2013/09/02/h-j-schoolezing-van-minister-president-mark-rutte-amsterdam. [17] https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/509193. [18] Oudenampsen, De conservatieve revolte, 52. [19] https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/jv201108-function-creep-en-privacy.aspx. [20] https://bijvoorbaatverdacht.nl/winst-bodemprocedure-syri-streep-zand/. [21] https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/509193, mijn nadruk. [22] Acteur George van Houts in https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/509193. [23] Aafke Romeijn, Nu het verhaal van de wereld verandert, De Groene Amsterdammer 144 (2020) 17-18. [24] Xandra Schutte, ‘De toekomst van Nederland’, De Groene Amsterdammer 144 (2020) 17-18. Het citaat in het citaat is van een van de initiatiefnemers van de kaart ‘Nederland in 2120’, gemaakt door Wageningen University & Research. [25] Evelien van Nieuwenhoven, ‘Sciencefiction ben ik godzijdank nergens tegengekomen’, de Fusie, 11 februari 2019, http://defusie.net/science-fiction-godzijdank-nergens-tegengekomen/.

Over de auteur

Evelien van Nieuwenhoven is onderzoeks- en onderwijsmedewerker bij de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Haar onderzoek richt zich op hedendaagse Nederlandse toekomstfictie met een focus op de (kritische) inmenging daarvan in het maatschappelijke debat over technologisering en klimaatverandering.

© 2020 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.n