Het vrouwenlichaam volgens Libelle. Veranderingen in beeldvorming en beleving tussen 1994 en 2008[1]

Kim van Steenwijk

Publicatiedatum: 26 november 2019

Over het vrouwenlichaam, zo blijkt ook uit de bijdragen in dit themadossier van Locus, is al vaak gesproken en geschreven. Schoonheid is in de meeste gevallen het uitgangspunt, waarbij de focus is gericht op de eisen die worden gesteld aan het uiterlijk van de vrouw. Eeuwenlang hebben vrouwen hun best gedaan om het uiterlijk aan te passen aan de heersende opvattingen over het gewenste fysiek. Iedere dag opnieuw hebben miljoenen vrouwen aan hun lichaamsvorm gesleuteld om er zo aantrekkelijk mogelijk uit te zien.


Dit cultuurhistorische artikel gaat in op beelden van, en het denken over, het vrouwenlichaam in Nederland in de periode 1994 en 2008. Als primaire bron benut ik het vrouwentijdschrift Libelle dat in de bestudeerde periode wekelijks een groot lezerspubliek heeft bereikt. Artikelen, lezersreacties, modereportages en interviews bieden inzicht in de wijze waarop in die periode is gedacht over het ideale vrouwenlichaam – denk aan onderwerpen als afslanken, sport, cosmetische chirurgie, mode, modefotografie, verzorging en medicalisering van het lichaam.


De lezers van Libelle waren in de onderzochte periode geografisch zeer verspreid en gevarieerd wat sociale achtergrond en leeftijd betreft. Het tijdschrift liep niet voorop in de ontwikkelingen en was tamelijk conservatief. Het kan gezien worden als een goede afspiegeling van hetgeen als maatschappelijk geaccepteerd werd beschouwd. Libelle is daarmee redelijk representatief geweest voor (ideeën over) ‘de’ Nederlandse vrouw eind twintigste, begin eenentwintigste eeuw.

Van focus op het lichaam naar focus op het uiterlijk

Na de Tweede Wereldoorlog lag de focus in Libelle vooral op de vorm van het lichaam. Het vrouwenlichaam transformeerde van rond, mollig en moederlijk vlak na de oorlog, naar tenger, mager en meisjesachtig in de jaren zeventig, tot sportief en atletisch in de jaren tachtig en begin jaren negentig. Deze voorkeuren voor bepaalde typen lichaamsvorm hangen samen met maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het cultiveren van een warme huiselijke sfeer na de Tweede Wereldoorlog, vrouwenemancipatie in de jaren zeventig en de maakbaarheidsideeën van de jaren tachtig en negentig. [2]


Na 1994 verschoof de focus van het lichaam naar het uiterlijk als geheel. Het slanke figuur bleef een belangrijk punt van aandacht maar ook andere aspecten kwamen in de belangstelling te staan. De opkomst van de beeldcultuur (dat wil zeggen de ontwikkeling waarbij visuele beelden in communicatieve situaties een indringender rol spelen) versterkte dit proces. In de jaren negentig was sprake van een toename in het aantal (commerciële) televisiezenders en tijdschriften, waardoor reclame-uitingen steeds nadrukkelijker aanwezig werden.

Het maakbare lichaam: sporten en diëten

In de jaren negentig van de twintigste eeuw speelt Libelle in op de gedachte dat het lichaam maakbaar is. Verschillende methoden om het ideale uiterlijk te realiseren worden aangeprezen.


Sporten is volgens Libelle een probaat middel om in vorm te komen. De lichaamsoefeningen die worden aangeraden staan altijd in dienst van het ideale figuur. De meeste oefeningen zijn bedoeld voor het ontwikkelen van een slanke taille, een platte buik, slanke heupen, en stevige borsten en billen. De artikelen over sporten worden geïllustreerd met foto's van zeer slanke en knappe fotomodellen die overduidelijk al in het bezit zijn van het gewenste figuur (afb. 1). Zij fungeren als voorbeeld en als norm. Overigens hoeft dat sporten volgens Libelle niet te lang te duren. Door slechts een paar minuten per dag oefeningen uit te voeren zou dat droomfiguur binnen een paar weken gerealiseerd kunnen worden.


Naast sporten is er veel aandacht voor diëten als manier om van de overtollige kilo’s af te komen. Zodra het voorjaar zich aandient, neemt het aantal artikelen over diëten toe. Het volgen van een Libelle-dieet is overigens geen zware opgave. Slechts een paar dagen tot een week calorieën of punten tellen, sapjes drinken of alleen maar rauwkost eten zou garant staan voor het bereiken van het ideale figuur. Deze bijdragen worden vaak begeleid door foto's van, wederom, zeer slanke en gelukkig ogende modellen.


Het ideaalbeeld van de slanke vrouw wringt met de realiteit van grote groepen vrouwen die te maken hebben met overgewicht. In Libelle komen lezeressen aan het woord die tobben met hun gewicht en hun figuur. In een interview (1996, afl. 44) merkt een lezeres op: ‘Ik denk al jaren aan niets anders dan dik zijn, omdat dat me wordt opgedron­gen door de buitenwereld.’


In de rubriek ‘Zoals ik mezelf zie’ staat een reactie van een lezeres die al meer dan twintig jaar met de kilo’s worstelt. ‘Ik kan niet vertellen hoe intens ik mijn lichaam haat’, en even verderop, ‘Geen man wil een dikkerd zoals ik.’ (1997, afl. 12)

afb. 1. ‘Bewegen is goed’ - Bron: Libelle (1996) afl. 15, 73.

Een andere lezeres schrijft: ‘Ik heb vaak het gevoel dat ik me moet verontschuldigen voor mijn figuur. Als ik eet zoals de meeste mensen dat normaal vinden, blijf ik dik. Mijn hele leven zal ik dus moeten vechten en lijnen’. En in dezelfde ingezonden brief wordt duidelijk hoe de andere sekse kijkt naar dikke vrouwen, wanneer deze lezeres opmerkt: ‘Mijn vriend zegt dat alle mannen, diep in hun hart, een slanke vrouw willen.’ (1998, afl. 1)


Vrouwen die het lukt door middel van een dieet veel gewicht te verliezen, en dus het ideale vrouwenlichaam hebben weten te verwezenlijken, krijgen in Libelle een podium. In de rubriek ‘Trots op…’ staat een reactie van een lezeres die van maat 58 naar maat 42 is gegaan. Ze zegt hierover: ‘Ik vond het verschrikkelijk om in de spiegel te kijken’, en nu ze haar streefgewicht bijna bereikt heeft: ‘Mijn gevoel voor eigenwaarde is terug­ge­komen.’ (2002, afl. 28)


In de strijd tegen de overtollige kilo’s worden niet alleen diëten aangeprezen maar ook afslankpillen. De werkzaamheid daarvan staat de eerste jaren niet ter discussie. Volgens Libelle hebben afslankpillen zeker effect, vooral wanneer ze gecombineerd worden met veel bewegen en gezond eten.


Een andere ‘snelle’ manier om een gestroomlijnd lichaam te krijgen is het gebruik van maaltijdvervangers. Het grote voordeel van maaltijdvervangers is, zo stelt een verslaggeefster van Libelle in 1996, dat je minder calorieën binnenkrijgt dan bij een gewone maaltijd, maar wel genoeg voedingsstoffen. Een dergelijk product is eigenlijk best gezond, zo lijkt zij te impliceren.

Afb. 2 Het ‘groene groenten dieet’ - Bron: Libelle (1995) afl. 27, 69.

Na 2000 wordt een kritischer houding aangenomen ten opzichte van diëten. Libelle stelt dan dat crashdiëten ongezond zijn en dat de werking van afslankpillen niet wetenschappelijk bewezen is. En pas na 2005 komt aandacht voor het idee dat een gezond voedingspatroon een betere optie is om gewicht te verliezen en op gewicht te blijven. Wie blijvend kilo's kwijt wil raken, krijgt het advies gezond te eten en meer te bewegen.


Illustratief voor deze ontwikkeling is dat in 1995 nog het ‘groene groenten dieet’ wordt gepropageerd waarmee vrouwen in slechts acht dagen een ‘beter figuur’ (lees: dunner figuur) zouden krijgen. Maar negen jaar later, in het Libelle-dieet van juni 2004 (verschenen in het extra dikke ‘Dieet-dubbelnummer’), worden lezeressen juist gewaarschuwd voor strenge diëten. Het is volgens Libelle effectiever ‘om niet in korte tijd heel veel af te vallen’. Desondanks gaat het in 2004 nog steeds om dezelfde strenge regimes van duizend calorieën per dag.

Afb. 3 De website van het ‘Libelle dieet’, juni 2004.

Te weinig rondingen is ook niet wenselijk, zo blijkt dat althans uit de artikelen in Libelle. Een magere lezeres schrijft dat zij gefrustreerd is omdat zij geen borsten heeft. ‘Op school noemden de jongens mij strijkplank. […] Mijn man blijft tegen me zeggen dat het hem niks kan schelen, maar ondertussen kijkt hij wel vol aandacht naar de tv als er een mevrouw met grote borsten te zien is.’ (1996, afl. 36) Een lezeres met een vergelijkbaar verhaal schrijft dat mensen in haar omgeving zich bemoeien met haar figuur. Ze krijgt opmerkingen als ‘Er mogen wel eens een paar pondjes bijkomen, want je ziet er niet bepaald uit als een vrouw’ (1997, afl. 23). Het ontbreken van vrouwelijke vormen wordt dus als even onwenselijk gepresenteerd als een teveel ervan.

De optie van het mes

Als de kilo’s er niet vanzelf afgaan dan is er altijd nog de optie van het mes. Libelle plaatst regelmatig artikelen in de medische rubrieken over cosmetische chirurgie. In de jaren negentig ligt de focus vooral op figuurcorrigerende ingrepen als liposuctie als middel om ongewenste vetophopingen kwijt te raken. In verschillende artikelen worden lezeressen aan het woord gelaten die zo'n operatie hebben ondergaan. Zij zijn allen positief over de ingreep en blij met het resultaat. Met cosmetische chirurgie kan er bovendien op nog meer manieren aan het vrouwenlichaam gesleuteld worden.


In 1996 (afl. 15) schrijft een lezeres in een ingezonden brief: ‘Iedereen was het er over eens: ik had een grote kromme neus! “Maar”, werd er dan gezegd, “het past wel bij je.” […] Vanaf het moment dat het tot mij doordrong hoe mijn neus eruit zag, tot het moment van de operatie, had ik er last van.’ De operatie wordt positief gepresenteerd.


Een andere lezeres schrijft (1997, afl. 8) dat haar overgewicht angsten veroorzaakte bij haar kind omdat tijdens voedings­lessen op school verteld werd dat dikke mensen een lagere levensverwachting hebben. Haar zoon was bang dat zijn moeder op korte termijn dood zou gaan. ‘Mijn kind was ongelukkig, omdat ik het eten niet kon laten; ik schaamde me diep’. Om haar zoon te helpen heeft zij haar kaken laten vastzetten zodat zij acht maanden lang alleen maar vloei­baar voedsel kon eten.


Tussen 1994 en 2008 is de reden om een cosmetische ingreep te ondergaan duidelijk veranderd. In 1994 was cosmetische chirurgie nog vooral gericht op ‘normalisering' van opvallende en ontsierende uiterlijke kenmerken. Cosmetische ingrepen werden niet ondergaan omdat mensen mooier wilden zijn, maar omdat ze er ‘normaal’ uit wilden zien. Na 2000 blijken de grenzen verder opgerekt. Vanaf dat moment verschijnen er met enige regelmaat artikelen die cosmetische ingrepen aanbevelen in de strijd tegen rimpels. Een jong uiterlijk wordt het ideaal en daarom ondergaan (vooral) vrouwen cosmetische operaties om de tekenen van veroudering van hun lichaam tegen te gaan. De gevaren van cosmetische en figuurcorrigerende ingrepen worden gebagatelliseerd of in het midden gelaten.

Afb. 4: Nieuwe verzorgingsproducten. Bron: Libelle (1995) afl. 27, 69.

De verschijningsindustrie

Gaandeweg de onderzochte periode publiceert Libelle niet alleen vaker artikelen over schoonheid, ook de aandacht voor verzorging wordt specifieker en is meer gericht op specifieke delen van het lichaam. Er is een opvallend verband met productontwikkeling: zodra er bijvoorbeeld in de jaren negentig whitening-tandpasta’s op de markt verschijnen, plaatst Libelle artikelen over mondverzorging en de voordelen van een stralende witte glimlach.


Bovendien worden producten gepresenteerd als aanvulling op een sportieve levensstijl. ‘Alle beetjes helpen’ volgens Libelle, dus bijvoorbeeld naast het doen van buikspieroefeningen wordt de lezer ook geadviseerd een prijzige huidverstevigende crème aan te schaffen.


Uit reclameadvertenties voor cosmetische producten blijkt dat het assortiment verzorgingsproducten in de onderzochte periode toeneemt, zowel in aantal als in diversiteit. In Libelle verschijnen regelmatig artikelen waarin dergelijke nieuwe producten worden aangeprezen.


Ook wordt in het blad ingespeeld op de individuele behoeften van vrouwen. Zo wordt bijvoorbeeld binnen de gezichtsverzorging onderscheid gemaakt tussen de verzorging van de vette, de droge, de normale, de jonge of de rijpe huid. Haarverzorging spitst zich onder andere toe op de verzorging van vet, futloos, droog, krullend, gepermanent en gekleurd haar. Voor iedere vrouw wordt er in deze periode wel exclusief product op de markt gebracht.

Afb. 5: ‘Perfect happiness can be found in a perfect body’.Bron: Libelle (2000) afl. 20.

Jeugdige schoonheid

Wellicht de belangrijkste verandering in het denken over het vrouwenlichaam die zich heeft voorgedaan in Libelle tussen 1994 en 2008, is dat het vrouwenlichaam zo lang mogelijk de kenmerken van jeugdigheid moet vertonen. Verzorging van het lichaam wordt steeds meer gezien als noodzakelijk ‘onderhoud’. In deze periode neemt ook de aandacht toe voor cosmetische ingrepen zonder dat wordt stilgestaan bij de gevaren van een dergelijke operatie. Snijden in een gezond lichaam in de bestudeerde periode lijkt een geaccepteerd maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel te worden. Dat de nadruk ligt op kenmerken van jeugdigheid is ook terug te zien in de foto's die geplaatst worden bij artikelen die gaan over schoonheid en verzorging. Zo worden bijvoorbeeld de modellen jonger naarmate de jaargangen van recenter datum zijn. Lippen zijn vol, tanden zijn hagelwit en een verzorgde huid is glad, zijdezacht en glanzend.


De artikelen over schoonheid en verzorging zijn behalve informatief ook normstellend. Het is de verschijningsindustrie (de mode-, cosmetica- en tijdschriftenindustrie) die via beelden druk uitoefent op vrouwen om het eigen uiterlijk aan te passen aan het ideaalbeeld. [3] Beelden van jonge, knappe en gelukkig mensen die acteren in een wereld van vrije tijd, verpozing en vermaak, moeten een gevoel van verlangen oproepen.


Een foto of een afbeelding heeft op velen meer effect dan een tekst of een gesproken boodschap.De reclame, die eind twintigste eeuw toeneemt, heeft dan ook een belangrijk effect gehad op de verspreiding van het ideaalbeeld rondom het uiterlijk. [4]


Immers, wanneer vrouwen voortdurend geconfronteerd worden met beelden van vrouwen die jonger ogen en op alle punten voldoen aan de heersende normen voor jeugdige schoonheid, ontstaat mogelijk de wens het eigen lichaam aan te passen aan het ideaalbeeld. Libelle heeft hierin een rol gespeeld.


In het blad worden vrouwen geconfronteerd met de boodschap dat schoonheid nauw verbonden is met geluk en succes en dat deze schoonheid te koop is. In 1997 (afl. 17) bijvoorbeeld, schrijft ene Louise: ‘Ja, ik heb van jongsaf geweten dat lelijke kinderen niet populair zijn. […] Ik word ziek van al die mooie aantrekkelijke vrouwen die ik op posters en in tijdschriften zie. […] Lelijk zijn is een vloek!’


De nadruk die gelegd wordt op een jong en vitaal voorkomen, doet de sociale druk op vrouwen om er aantrekkelijk uit te zien toenemen. Want een aantrekkelijk uiterlijk dat is gebaseerd op de kenmerken van jeugdigheid, is natuurlijk moeilijker in stand te houden naarmate de jaren verstrijken.


Het schoonheidsideaal sluit, door de krappe definitie ervan, grote groepen vrouwen uit. De focus op het uiterlijk laat andere aspecten als intelligentie, vindingrijkheid, vriendelijkheid en zorgzaamheid buiten beschouwing waardoor veel vrouwen zich tekortgedaan voelen, zo blijkt uit lezersreacties.


Uit reacties die betrekking hebben op het uiterlijk en de beleving van het eigen lichaam blijkt dat veel lezeressen zich niet herkennen in het geschetste beeld van schoonheid. De discrepantie tussen het ideale uiterlijk en de realiteit wordt groter, ondanks alle beschikbare schoonheidsbevorderende middelen. En hoewel verschillende lezeressen aangeven dat zij beseffen dat het schoonheidsideaal niet te evenaren valt, voelen zij zich toch genoodzaakt telkens weer moeite te doen om hun uiterlijk aan te passen naar het voorbeeld van het ideale vrouwenlichaam.

Natuurlijke schoonheid

Hoewel Libelle zich weinig kritisch uitlaat over de sterke focus op het uiterlijk en door eigen artikelen een bijdrage levert aan de instandhouding van het schoonheidsideaal, verandert er ongeveer vanaf 2005 toch wel iets in het denken over schoonheid.


Dat er grote groepen lezeressen zijn die niet voldoen aan het slanke ideaalfiguur wordt voor het eerst mondjesmaat door Libelle erkend. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in een poging het iets vollere figuur acceptabel te maken. In 2006 houdt Libelle de verkiezing ‘Miss grote maten’. Boven het interview staat ‘In een land waarin menige vrouw zich uithongert om in maatje 38 te passen, is Anouschka Hassel (25) een verademing.’ Anouschka heeft een grote maat en zegt daarover: ‘Ik heb maat 48/50, bepaald niet binnen de norm, en toch vind ik mezelf een mooie vrouw. Ik heb mijn eigen norm.’


Ook verschijnen frequenter artikelen die gaan over ‘natuurlijke schoonheid’. Natuurlijke schoonheid betekent zoiets als lekker in je vel zitten en er ontspannen en gelukkig uitzien. Uitstraling hebben is dan belangrijker dan alleen voldoen aan het schoonheidsideaal. Steeds meer wordt benadrukt dat echte schoonheid ‘van binnen’ zit. Een gezonde en fitte geest wordt in deze artikelen minstens zo belangrijk gevonden als een gezond en fit lichaam. Gesteld kan worden dat Libelle na 2005 meer aandacht is gaan besteden aan een andere kijk op schoonheid.


Er verandert echter niets aan het belang dat de verschijningsindustrie heeft bij het in stand houden van de discrepantie tussen de dagelijkse realiteit en het gecreëerde ideaalbeeld – ook in bladen als Libelle. Want hoe onbereikbaarder het ideale vrouwenlichaam is, hoe meer geld vrouwen zullen investeren in zichzelf om dat ideaalbeeld te benaderen. ledere vrouw moet — en kan — er op zijn minst uitzien als een filmdiva. Deze gedachte wordt ingegeven door de mogelijkheden die de verschijningsindustrie biedt en uitdraagt via bladen als Libelle. Want voor ieder uiterlijk probleem bestaat er inmiddels een verzorgingsproduct of een cosmetische ingreep. Er bestaat, vanuit dat oogpunt, geen excuus meer voor lelijkheid.

Voetnoten

[1] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat eerder is verschenen in Locus 26 (2010) afl. 2, 5-10. Hieraan ten grondslag ligt de scriptie: Kim van Steenwijk, Een beautycase. De vrouw en haar lichaam. Veranderingen in beeldvorming en beleving (Masterscriptie, Open Universiteit 2009).

[2] Ina van Meerveld, Van Marilyn Monroe tot Madonna, de vrouw en haar lichaam. Veranderingen in beeldvorming en beleving 1945-1993 (Doctoraalscriptie, Open Universiteit 1994).

[3] J. Smith Maguire, J., ‘Fit and flexible. The fitnessindustry, personal trainers and emotional service labour’, Sociology of Sports Journal 18 (2001) afl. 4, 379-402.

[4] E.M. Woertmans, Beelden van een lichaam. De mentale representatie van lichaamsbeelden (Lisse 1994).

Over de auteur

Kim van Steenwijk volgde de lerarenopleiding in Groningen en studeerde Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Momenteel is zij werkzaam als freelance ontwikkelaar en projectleider van educatieve projecten. Haar expertise ligt op het gebied van onderwijs, kunst en cultuur.

© 2019 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS |Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl