Waarom een biografie van Diet Kramer?

Janneke van der Veer

Publicatiedatum: .. juli 2019

Onlangs had ik op een boekenmarkt een ontmoeting met een boekenliefhebber, waarbij we in gesprek raakten over de biografie van Diet Kramer (1907-1965), de schrijver waarop ik in 2018 ben gepromoveerd. [1] ‘Wat is er zo interessant aan Diet Kramer om een boek over haar te schrijven?’ vroeg hij. Omdat de plek en het moment zich niet leenden voor een uitgebreid antwoord, verwees ik hem naar de biografie waarin ik in de inleiding uitvoerig op die vraag inga.


De vraag van deze boekenliefhebber staat echter niet op zichzelf. Ik krijg hem vaker te horen: ‘Waarom een biografie van Diet Kramer?’ Het is een vraag die alles te maken heeft met de positie van Kramer als ‘schrijfster van de tweede rang’. [2] In dit artikel licht ik toe waarom ze juist daarom interessant is.

De vraag ‘waarom Diet Kramer?’

Jaarlijks verschijnen er tientallen biografieën, waaronder ook schrijversbiografieën. Zo werden het afgelopen jaar de levensverhalen van auteurs als Fritzi Harmsen van Beek, Remco Campert en Frans Kellendonk gepubliceerd. [3] Over de noodzaak van een onderzoek naar het leven en werk van deze schrijvers zal nooit discussie zijn, doordat hun werk tot de ‘officiële’, gezaghebbende letterkunde wordt gerekend. De vraag ‘wat is er interessant aan…’ wordt dan ook bij deze biografieën niet gesteld.


Dat die vraag wel aan de orde is bij een biografie van Diet Kramer heeft vooral als achtergrond dat haar werk behoort tot wat tegenwoordig ‘publieksliteratuur’ wordt genoemd, de literatuur voor de gewone lezer, een categorie die lange tijd buiten het gezichtsveld van literatuurwetenschappers is gebleven. Bovendien is Kramer een vrouwelijke auteur, en vrouwelijke auteurs hadden in de jaren dertig, waarin het hoogtepunt van haar schrijverschap lag, bepaald geen hoog aanzien. Erica van Boven, emeritus hoogleraar letterkunde aan de Open Universiteit, heeft dat in 1992 overtuigend aangetoond in haar proefschrift Een hoofdstuk apart. [4] In de derde plaats, ook al is de scheidslijn tussen haar werk voor jongeren en dat voor volwassenen zeker niet scherp, valt een belangrijk deel van het werk van Diet Kramer in de categorie jeugdliteratuur. En hoewel er de afgelopen decennia veel meer aandacht is gekomen voor onderzoek naar kinder- en jeugdboeken, staat de jeugdliteratuur bij velen nog altijd op een lager treetje van de literaire ladder dan literatuur voor volwassenen.


Gezien het bovenstaande is het niet verwonderlijk dat de naam Diet Kramer, zeker bij de jongere generatie, onbekend is. Trouwens, ook bij de generatie die haar wel zou kunnen kennen, is haar faam niet groot. Tekenend is bijvoorbeeld het feit dat, wanneer haar naam valt, de reactie dikwijls is: ‘O ja, die maakte van die mooie tekeningen en van die leuke versjes.’ Daarbij heeft men dus niet Kramer maar haar bijna-naamgenoot Rie Cramer (1887-1977) voor ogen.


Bij elkaar zijn er dus zeker drie factoren waardoor onderzoek naar het leven en werk van Diet Kramer niet voor de hand liggend is: het feit dat ze een publieksschrijfster is, het feit dat ze een vrouwelijke auteur is en het feit dat een deel van haar werk tot de jeugdliteratuur behoort. Dat roept de vraag op wat de relevantie is van zo’n onderzoek. Is Diet Kramer voldoende belangrijk of interessant om een biografie aan te wijden?


Over het eerste – haar importantie – is zeker discussie mogelijk. In het algemeen wordt haar positie als schrijfster niet als belangrijk waargenomen. Haar onbekendheid bij een groter publiek vormt daarvoor een duidelijke aanwijzing.


Het tweede punt, in hoeverre ze interessant is, is een andere kwestie. Er zijn namelijk zeker vijf onderzoeksperspectieven te noemen die het bestuderen van het leven en werk van Diet Kramer de moeite waard maken voor het actuele literatuurwetenschappelijke onderzoek: haar positie als publieksauteur, haar sociale achtergrond, haar positie als vrouwelijke auteur, haar plaats binnen de protestants-christelijke letterkunde en haar positie als jeugdboekenschrijfster. Deze vijf onderzoeksperspectieven worden hieronder nader toegelicht.

Met de roman Begin (1932) manifesteerde Diet Kramer zich als schrijfster voor een breed publiek.

In 1935 publiceerde Diet Kramer De Bikkel, een roman voor jongeren die ook door volwassenen werd gewaardeerd.

Diet Kramer – Locus1] Janneke van der Veer, ‘Onrustig is ons hart’: Leven en schrijverschap van Diet Kramer (1907-1965) (Schalkhaar 2018). Het boek kan worden besteld via www.dietkramer.nl.

Diet Kramer als publieksauteur

Diet Kramer publiceerde verschillende romans die populair waren bij een groot publiek, waaronder Begin (1932), De Bikkel (1935), Roeland Westwout (1937) en Onrustig is ons hart (1939). Ze schreef daarin over thema’s die speelden in haar tijd, zoals werkloosheid, de verhouding tot een meer moderne samenleving en de plaats van het gezin in de samenleving. Daarbij laten haar boeken zien welke culturele en sociale patronen er waren en welke waarden en normen werden gehanteerd. Ze hield haar lezers als het ware een spiegel voor. Die herkenden veelal hun eigen problemen en levensvragen in haar boeken. Als zodanig had het werk van Kramer een duidelijke functie voor het publiek. 


Vanuit dit gezichtspunt sluit het bestuderen van het leven en schrijverschap van Diet Kramer in de eerste plaats aan bij het actuele literatuurwetenschappelijke onderzoek naar de zogenaamde ‘middlebrowliteratuur’. [5] Dit onderzoek laat onder meer zien wat er toentertijd door een breed publiek werd gelezen en hoe de literatuur destijds functioneerde.


Daarmee levert dit onderzoek aanvullingen op voor het bestaande beeld van de literaire wereld, een beeld dat vooral is ontstaan op basis van onderzoek naar de ‘officiële’ letterkunde waarbij weinig oog was voor de literatuur voor de gewone lezer. De studie van Diet Kramer als publieksauteur past bij dit onderzoek naar populaire literatuur.

Diet Kramer en haar sociale klasse

In samenhang daarmee is ook onderzoek naar de sociale achtergrond van Kramer van belang. In het middenstandsgezin waarin zij opgroeide, stond vooruitkomen in de wereld hoog in het vaandel. Behoorden haar ouders aanvankelijk tot de volksklasse, geleidelijk werkten zij zich op tot de middenklasse. Deze sociale achtergrond had Diet Kramer niet alleen gemeen met veel van haar lezers, maar ook met andere publieksauteurs, onder wie Theo Thijssen (1879-1943) en A.M. de Jong (1888-1943), die zich beiden ontwikkelden tot onderwijzer en schrijver. Onderzoek naar het milieu waarin Kramer opgroeide, kan daarmee meer licht werpen op de sociaal-literaire verhoudingen in het interbellum.


Interessant is wat dat betreft ook het feit dat de auteur in haar boeken vrijwel steeds een hoger milieu tekende, hetzij in sociaaleconomisch hetzij in intellectueel opzicht, dan dat waarin zij zelf is opgegroeid. Een verschijnsel dat zich ook voordoet in het werk van collega-schrijfster Cissy van Marxveldt (1889-1948). [6] Een analyse van het werk van Diet Kramer kan derhalve laten zien welke rol sociale elementen als ‘stand’ en ‘klasse’ in dat werk speelden en, in breder verband, in de vooroorlogse publieksliteratuur.

Diet Kramer als vrouwelijke auteur

Het bestuderen van de positie van Kramer als vrouwelijke auteur vult eveneens het bestaande beeld van het contemporaine literaire veld aan. Uit correspondentie blijkt dat Diet Kramer zich bewust lijkt te zijn geweest van de toenmalige verschillen in mogelijkheden voor mannelijke en vrouwelijke auteurs, verschillen die samenhingen met het tamelijk geringe aanzien dat schrijfsters destijds hadden in het literaire veld. In 1932 suggereert ze in een brief aan haar collega-schrijver Anne de Vries (1904-1964), die in 1930 en 1931 enkele kinderboeken had gepubliceerd, dat zijn carrière mogelijk sneller en succesvoller zal verlopen dan die van haar: 


Wie weet bent U me met een paar jaar al hoog en breed voorbij geschoven, want U weet .... de scheppingsmogelijkheid en kring is voor een “schrijvende juffrouw” enger en geslotener dan voor een heer der schepping. Wij schieten sneller af, maar zijn ook vlugger aan de rand van onze prestaties. Zoo is het altijd geweest en zoo zal ’t wel blijven ook. [7]


De afgelopen decennia is de positie van vrouwelijke auteurs in verschillende opzichten bestudeerd, in biografisch onderzoek maar ook meer in het algemeen. Onderzoek naar gender als factor in het leven en schrijverschap van Diet Kramer vormt een aanvulling op de eerder behaalde resultaten op dit gebied. Dat geldt in het bijzonder voor de wijze waarop Kramer haar schrijverschap naar buiten bracht. Door de geringe waardering waren de meeste vrouwelijke auteurs voorzichtig met de presentatie van hun schrijfactiviteiten. Velen deden het af als een vorm van vrijetijdsbesteding. Ook hielden de meesten zich niet bezig met literair-theoretische kwesties.


De vraag is dan hoe Diet Kramer zich opstelde in de literaire wereld. Hoe presenteerde zij zich als auteur en in hoeverre toonde zij belangstelling voor literaire ontwikkelingen? Had ze specifieke literatuuropvattingen en bracht ze die naar buiten? Beantwoording van dergelijke vragen sluit aan bij het onderzoek naar de positie van vrouwelijke auteurs, in bijzonder wat betreft het onderzoek naar hun zelfpresentatie.

Diet Kramer en de protestants-christelijke letterkunde

Op vergelijkbare manier is het feit dat Diet Kramer een protestants-christelijke achtergrond had, interessant. Opgegroeid in een Nederlands-Hervormd gezin is het niet verwonderlijk dat ze in het begin van haar carrière aansluiting zocht bij protestants-christelijke letterkundige kringen. Op zeker moment nam ze daarvan echter afstand. Dat gegeven is illustratief voor de ambivalente houding die ze haar hele leven heeft gehad ten opzichte van godsdienstige zaken. Een ambivalentie die ook een rol speelt in haar werk. Sommige romans hebben een duidelijk christelijk perspectief, andere zijn meer neutraal. Kramer kan derhalve niet zonder meer een protestants-christelijke schrijfster worden genoemd. In besprekingen van haar werk was deze kwestie regelmatig onderwerp van discussie.


Van belang is verder de vraag in welke zuilen haar boeken werden gelezen en hoe er vanuit de verschillende levensbeschouwelijke sferen op werd gereageerd.


Bij elkaar levert het onderzoek naar de rol van het godsdienstig perspectief in haar werk en van de reacties daarop, aanvullende gezichtspunten op over het functioneren van de protestants-christelijke letterkunde van haar tijd. Tevens draagt bestudering van dit aspect van haar leven en werk bij aan het onderzoek naar de verzuiling in de eerste helft van de twintigste eeuw. 

Diet Kramer als jeugdboekenauteur

Diet Kramer schreef boeken voor volwassenen, jongeren en kinderen. Zoals gezegd, is de scheidslijn tussen haar boeken voor volwassenen en voor jongeren niet scherp. Een belangrijk deel van haar werk kan echter tot de jeugdliteratuur worden gerekend.


Onderzoek naar het leven en werk van de auteur levert dan nieuw materiaal op voor de precisering van het toenmalige jeugdliteraire veld. Dat geldt in het bijzonder voor de literatuur voor meisjes dan wel jongeren in het algemeen, te meer omdat de positieve waardering die er was voor haar boeken in nogal schril contrast stond met het negatieve oordeel dat over de meeste meisjesboeken van haar tijd werd geveld.


Zelf had Diet Kramer ook kritiek op de vele meisjesboeken waarmee de markt werd overspoeld. Ze publiceerde hierover en gaf daarbij ook aan hoe het in haar ogen wel moest. De pedagogische verantwoordelijkheid van auteurs ten opzichte van de lezers stond wat dat betreft bij haar voorop. [8] Het zal duidelijk zijn dat deze nadrukkelijk gekozen positie Kramer interessant maakt voor het actuele historische onderzoek naar jeugdliteratuur. 

Tot slot

De vijf genoemde onderzoeksperspectieven laten samen de relevantie zien van het bestuderen van het leven en werk van Diet Kramer voor het wetenschappelijke onderzoek en geven daarmee ook antwoord op de vraag ‘wat is er zo interessant aan Diet Kramer om een boek over haar te schrijven?’. Door haar leven en schrijverschap in brede zin in verband te brengen met de tijd waarin zij leefde, kunnen meer algemene patronen in die tijd worden bevestigd dan wel ter discussie gesteld c.q. aangevuld. Dat geldt niet alleen voor het onderzoek naar de literatuurhistorische aspecten van haar schrijverschap, maar ook voor het cultuurwetenschappelijke onderzoek in het algemeen, bijvoorbeeld voor wat betreft het onderzoek naar de sociale klasse waarin ze is op gegroeid en voor het onderzoek naar de rol van de verzuiling in het culturele leven van haar tijd.

Beknopte levensschets

Dina Maria Kramer, zoals Diet Kramer voluit heet, werd op 25 april 1907 geboren in Amsterdam. Ze groeide op als jongste van zes kinderen in een Nederlands-Hervormd middenstandsgezin. Haar vader was de zoon van een turfschipper uit Meppel en haar moeder was de dochter van een wagenmaker uit Leusden. Toen die twee elkaar ontmoetten, werkte Pauwel Hendrik Kramer (1866-1927) bij een kruidenier in de Leidsestraat in Amsterdam en was Jacoba Ipenburg (1867-1949) dienstmeisje. Hun ambities reikten echter verder. Door hard te werken en spaarzaam te leven konden ze op zeker moment een eigen drogisterij beginnen. De drang om vooruit te komen brachten ze ook over op hun kinderen. Die volgden bijvoorbeeld na de lagere school allemaal voortgezet onderwijs. Zo ging Zus, zoals Diet thuis werd genoemd, naar de driejarige hbs en vervolgens naar de Literair-Economische School – de latere hbs-A – waarbij overigens niet duidelijk is of ze die met een diploma heeft verlaten. Na haar schooltijd werkte ze korte tijd op een kantoor en bij enkele uitgeverijen. Daarnaastvolgde ze cursussen op het gebied van (kunst)geschiedenis, literatuur en muziek.

Stans van de Vijf-jarige (1927), debuutroman van Diet Kramer.

Verhaaltjes schrijven deed Kramer van jongs af aan. In 1924, toen ze nog op school zat, debuteerde ze al in de Telegraaf met een schetsje, getiteld ‘Camielke’. Daarna namen tijdschriften als Opgang en Opwaartsche Wegen schetsen van haar op. Daar bleef het niet bij. Ze begon ook boeken te schrijven. Haar eerste meisjesroman, Stans van de Vijf-jarige, verscheen in 1927. Ze was toen pas 20 jaar. Haar tweede meisjesboek, Ons Honk (1928), werd door uitgeverij Van Holkema & Warendorf opgenomen in de reeks Bekroonde Boeken. Hierna besloot ze definitief schrijfster te worden.


Dat ze haar schrijverschap serieus nam, blijkt onder meer uit de Memorie van Successie die in augustus 1928 is opgemaakt in verband met de nalatenschap van haar vader. In het overzicht van erfgenamen staat Diet Kramer vermeld als ‘schrijfster’, een beroepsvermelding die ze zelf, net 21 jaar, zo zal hebben opgegeven.


Tijdens een vakantie in Valkenburg in 1929 leerde ze de bijna zestien jaar oudere Willem Anne (Wim) Muller (1891-1945) kennen, die samen met zijn echtgenote en drie kinderen in hetzelfde hotel logeerde. Ze bleef contact met hem houden, ook nadat Muller in 1930 naar Batavia was vertrokken, waar hij rector werd van het Bataviaasch Lyceum. Intussen publiceerde ze verhalen en artikelen over letterkundige, cultuurhistorische en pedagogische onderwerpen in uiteenlopende tijdschriften als Opgang, Leven en werken, Opwaartsche Wegen en De jonge vrouw. Tevens deed ze vertaalwerk en werkte ze mee aan series schoolleesboekjes van uitgeverij P. Noordhoff, deels onder de schrijversnaam Paul van Ipenburg, ontleend aan de voornaam van haar vader en de achternaam van haar moeder.


Een hoogtepunt was de verschijning van Begin in november 1932. Deze eerste roman voor volwassenen sloeg aan bij het publiek, vooral door de herkenbare wijze waarop Diet Kramer het toenmalige moderne leven in beeld bracht. In januari 1933, nog geen drie maanden na het verschijnen van de eerste druk, verscheen al een herdruk, gevolgd door een derde, vierde en vijfde druk in respectievelijk maart, augustus en november van dat jaar. Met vijf drukken in een jaar is de term bestseller op zijn plaats. In de jaren daarna verschenen eveneens herdrukken alsmede enkele vertalingen. [9]


In juni 1933 vertrok ze naar Nederlands-Indië. Ze voegde zich bij Wim Muller, die samen met zijn oudste zoon in Batavia woonde. Zijn echtgenote was inmiddels met de twee jongste kinderen teruggekeerd naar Nederland. Intussen had Kramer het jongensboek Razende Roeltje gereed, dat in november van dat jaar verscheen. Diet Kramer en Wim  Muller trouwden op 24 januari 1934, zeven weken nadat Muller officieel was gescheiden. Op 18 oktober 1934 werd dochter Diedie geboren en op 2 augustus 1936 zoon Lex.


De combinatie van gezin en schrijverschap was moeilijk voor Diet Kramer, maar toch bleef ze schrijven en publiceren. In 1935 verschenen zelfs twee boeken: Vechters, dat ze publiceerde onder het aan de naam van haar grootmoeder ontleende pseudoniem Dingena de Pater, en De Bikkel. Naast de zorg voor het gezin en het schrijverschap hield ze af en toe lezingen en was ze op het Bataviaasch Lyceum actief bij de opvoering van toneelstukken.


In 1936-1937 ging het gezin Muller-Kramer met verlof naar Nederland. Dat bood Kramer onder meer de gelegenheid om ook hier lezingen over haar werk te houden. Na terugkeer in Indië verhuisde het gezin in verband met overplaatsingen van Muller naar achtereenvolgens Bandoeng, wederom Batavia, en Jogjakarta. In deze periode publiceerde Diet Kramer onder meer  Roeland Westwout  (1937), Onrustig is ons hart  (1939),  Eindexamen 1940  (1940) en  Lodewijk de rattenvanger  (1941).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Diet Kramer met haar twee kinderen in interneringskampen op Midden-Java. Haar man overleed vlak voor de bevrijding in een mannenkamp. Geknakt keerde ze in 1946 terug naar Nederland – ze was toen 39 jaar. Na korte tijd bij haar moeder in Amsterdam gewoond te hebben vestigde ze zich met haar kinderen in Den Haag. Onder meer door de gebeurtenissen in de oorlog en de dood van haar man, kampte Kramer in de jaren daarna met tal van fysieke en psychische problemen. Ze publiceerde nog enkele boeken, waaronder  Thuisvaart (1948), waarin ze haar ervaringen in de kampen en bij de repatriëring verwerkte. De rust ontbrak haar echter om zich volledig op het schrijfwerk te concentreren. Op 12 augustus 1965 overleed Diet kramer op 58-jarige leeftijd in Den Haag.


Schalkhaar, juni 2019

In Thuisvaart (1948) verwerkte Diet Kramer haar ervaringen in de Japanse interneringskampen en bij de repatriëring.

Voetnoten

[1] Janneke van der Veer, ‘Onrustig is ons hart’. Leven en schrijverschap van Diet Kramer (1907-1965) (Schalkhaar 2018).

[2] De term ‘schrijfster van de tweede rang’ is ontleend aan de oratie van mijn promotor Erica van Boven. Zie: Erica van Boven, Het belang van de tweede rang (Heerlen 2012).

[3] Maaike Meijer, Hemelse mevrouw Frederike. Biografie van F. Harmsen van Beek (Amsterdam 2018); Mirjam van Hengel, Een knipperend ogenblik. Het leven van Remco Campert (Amsterdam 2018); Jaap Goedegebuure, Kellendonk. Een biografie (Amsterdam 2018).

[4] Erica van Boven, Een hoofdstuk apart. ‘Vrouwenromans’ in de literaire kritiek 1898-1930 (Amsterdam 1992).

[5] De term ‘middelbrow’ ontstond eind jaren twintig in Engeland ter aanduiding van ‘personen met een gemiddelde en gematigde culturele belangstelling (…) en een heel scala van op dat publiek gerichte literaire producten en activiteiten’ (Erica van Boven, ‘De middlebrow-roman schrijft terug. Visies op elite en “hoge literatuur” in enkele publieksromans rond 1930’, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- & Letterkunde 125 (2009), afl. 3, 285-305).

[6] Monica Soeting, ‘“Het is heerlijk, allerlei zotheden te bedenken.” De zelfrepresentatie van Cissy van Marxveldt’, Literatuur zonder leeftijd, 25 (2011), afl. 85, 96-110. Zie ook: Monica Soeting, Cissy van Marxveldt. Een biografie (Amsterdam 2017).

[7] Literatuurmuseum Den Haag, signatuur: AdV Kramer, Diet. Brief van Diet Kramer aan Anne de Vries, d.d. 26 januari 1932.

[8] Zie voor de opvattingen van Diet Kramer over meisjesboeken: Janneke van der Veer, ‘Het katterig gezanik om een jongen’. Diet Kramer en de kritiek op het meisjesboek. De Waare Rijkdom 2017 (z.p. 2016).

[9] In juni 1934 verscheen van Begin de zesde druk, in juni 1936 de zevende en in april 1938 de achtste druk. Ook in de Tweede Wereldoorlog verschenen herdrukken, respectievelijk in 1942 (negende druk) en 1944 (tiende druk). Na de oorlog verschenen nog de elfde (1948), twaalfde (1950) en dertiende druk (1962). Vertalingen van Begin verschenen in het Engels (And back tot the beginning, 1938), Duits (Beginn. Roman einer jungen Sekretärin, 1939), Zweeds (På eget ansvar, 1939) en Deens (Ruth, 1945).

Over de auteur

Janneke van der Veer (*1953) rondde in 2005 de studie algemene cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit af met een doctoraalscriptie over de jeugdpoëzie van Han G. Hoekstra. In 2018 promoveerde ze op ‘Onrustig is ons hart’: Leven en schrijverschap van Diet Kramer (1907-1965). Van haar hand verschenen verder onder meer Van Arendsoog en Joop ter Heul: Oude kinderboeken over bakvissen, Hollandsche jongens, cowboys, kabouters en detectives (2007) en (samen met Joke Linders) de biografie Han G. Hoekstra (1906-1988) (2011). Van 1993 tot 2013 was ze hoofdredacteur van Boekenpost. Als freelance publicist schrijft ze over bekende en minder bekende (jeugdboeken)auteurs, boekgeschiedenis, margedrukwerk en volkscultuur.

© 2018 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS |

Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl