De verschillende gezichten van Hamlet. Waanzin in de Hamlet van Ambroise Thomas en Brett Dean

Els van Swol

Publicatiedatum: 13 april 2021

In 2011 regisseerde Ian Rickson William Shakespeares Hamlet, opgevoerd in het Londense Young Vic-theater. Als setting voor het verhaal koos hij een psychiatrische inrichting. ‘This is Hamlet played as the Freudian dream of a disturbed patient,’ zei Rickson in een interview. [1] Niet alleen Hamlet zelf (gespeeld door Michael Sheen) en Ophelia (Vinette Robinson) waren psychiatrisch patiënt, de hele cast moest ervoor doorgaan. Het publiek fungeert als het bezoek van de inrichting en vraagt zich af wie nu eigenlijk voor gek wordt versleten: zij die binnen zitten of zij die van buiten komen.

Als we door de bril van de ‘waanzin’ naar Hamlet kijken, kunnen we inzoomen op de twee hoofdpersonages Hamlet en Ophelia, die beiden in meer of mindere mate trekken van waanzin vertonen. Er zit echter ruim vierhonderd jaar tussen het moment dat William Shakespeare Hamlet schreef en bovengenoemde opvoering in de Young Vic. Begrippen als ‘paranoïde’, ‘schizofrenie’ en ‘psychosomatisch’ (lichamelijke klachten met een psychische oorzaak) bestonden in Shakespeares tijd nog niet, evenmin als de door Rickson genoemde uitdrukking ‘freudiaanse droom’.

Een andere opvoering, die van de grand opéra Hamlet door Opera2day van de Franse componist Ambroise Thomas (1811-1896), op een libretto van Michel Carré en Jules Barbier, laat zien dat de waanzin van Hamlet en Ophelia in verschillende tijden op verschillende manieren is gerepresenteerd. [2] De vraag die ik in dit artikel stel, is op welke wijze de verschillende opvoeringen van Hamlet waanzin representeren. Wat is de invloed van verschuivingen in de manier waarop naar waanzin wordt gekeken in de opvoeringen van Hamlet, in het bijzonder met betrekking tot de personages Hamlet en Ophelia?

Bron: Rijksstudio. Hamlet spreekt met de geest van zijn vader, Eugène Delacroix, 1843.

Hamlet als opera

Het voordeel van opera’s voor een studie naar de representatie van waanzin is dat in opera de verschillende vormen van waanzin in uitvergrote vorm over het voetlicht worden gebracht. Zelfs wanneer je het Engels van Shakespeare of het Frans in de uitvoering van Thomas niet verstaat, komen de emoties door de muziek direct(er) binnen – ook in de orkestbegeleiding, die de emoties herkenbaar maakt, voorspelt en ondersteunt.

Dat gebeurt bij Thomas bijvoorbeeld door terugkerende motieven die het karakter van de hoofdpersonages accentueren (leitmotiven). Zo wordt de zang van Hamlet begeleid door een thema gespeeld door lage strijkers, en die van Ophelia door een thema dat wordt gespeeld door een fluit in een ritmisch nerveuze solopassage. De fluit, die later ook door Ophelia zelf wordt bespeeld, vertegenwoordigt traditioneel het pure, ‘de stem van onschuld’ zoals Emily Beynon, solofluitiste van het Koninklijk Concertgebouworkest het in een interview verwoordde. [3] Ook de Australische componist Brett Dean (1961) gebruikt in zijn opera Hamlet voor Ophelia als leitmotiv een ‘string harmonics tiptoe’, zoals recensent Erica Jeal het noemt. [4]

Bron: Rijksstudio. Hamlet verlaat Ophelia, Eugène Delacroix, in of na 1834 - in of voor 1864.

Hamlet: de tekst van Shakespeare

In het beroemde toneelstuk van Shakespeare, geschreven tussen 1599 en 1601, is de koning van Denemarken – Hamlets vader – gestorven en opgevolgd door zijn broer, Claudius. Claudius trouwt bovendien met Hamlets moeder, koningin Gertrude. De geest van Hamlets vader, die rondwaart bij het kasteel van Elsenore in Denemarken, vertelt Hamlet dat hij door Claudius is vermoord en gebiedt Hamlet wraak te nemen. Hamlet twijfelt echter aan de waarheid van de beschuldiging. Om achter de waarheid te komen, doet hij alsof hij waanzinnig is.

Dan bezoeken enkele rondreizende toneelspelers het kasteel en verzoekt Hamlet hen een stuk over een koningsmoord op te voeren. Koning Claudius doorziet de list, verbant Hamlet naar Engeland en geeft daarnaast de opdracht hem te doden zodra hij voet op Engelse bodem zet. Hamlet onderschept de brief, weet te ontkomen en keert terug naar Denemarken. Ophelia, een jonge Deense edelvrouw op wie Hamlet verliefd is, is ondertussen gek geworden vanwege het vertrek van Hamlet – én omdat haar vader Polonius, de hofmeester van Claudius, door Hamlet is gedood, die hem voor Claudius aanzag.

Nadat Ophelia is gestorven – of het een ongeluk was of zelfmoord is niet duidelijk – vindt een chaotisch slotduel plaats tussen Hamlet en de broer van Ophelia, Laërtes, die niet alleen zijn vader, maar ook zijn zus verloor door Hamlets toedoen. In opdracht van Claudius vergiftigt Laërtes zijn degen, en Hamlet sterft – evenals Laërtes zelf – als gevolg van zijn verwondingen door het vergiftigde zwaard, maar niet nadat hij zelf Claudius heeft doorboord.

Bron: Rijksstudio. Dood van Hamlet, Eugène Delacroix, 1843

Hamlets waanzin

De vraag is nu wat de tekst van Shakespeare zelf over waanzin zegt. [5] Er komen verschillende omschrijvingen van Hamlets gemoedstoestand voorbij: mad, dat Willy Courteaux zowel met ‘waanzinnig’ (2.1.82) als ‘gek’ (2.1.108, 2.2.91) vertaalde, en distemper, vertaald als ‘zielskwaal’ (2.2.55). De koningin lijkt zeker te weten dat het waanzin is die haar zoon drijft, veroorzaakt door ‘niets anders dan dat ene: zijn vaders dood, ons overhaastig huwelijk’ (2.2.91). De koning wil er echter nog steeds niet aan dat zijn zoon waanzinnig is. Volgens hem is het de melancholy (zwaarmoedigheid) van iemand die op iets zit te broeden (3.1.163-164).

Een studievriend van Hamlet, Rosencrantz, is samen met Guildenstern door koning Claudius gevraagd om zowel voor afleiding te zorgen als de oorzaak te achterhalen van Hamlets al dan niet voorgewende waanzin. Het wordt hem moeilijk gemaakt omdat Hamlet zelf lang weigert erover te spreken (3.1.5), al erkent hij dat zijn geest ziek is (‘my wit’s diseased’, 3.2.313). Later geeft Hamlet wel aan dat er ‘een soort strijd’ gaande was in zijn hart (‘in my heart there was a kind of fighting’, 5.2.4) en dat zijn hoofd eigenlijk zou moeten worden afgehakt (5.2.24) omdat hij te veel denkt – een reden die ook wordt aangevoerd voor Ophelia’s waanzin.

Ophelia’s waanzin

Wat voor krankzinnigheid neemt bezit van Ophelia? Nadat ze heeft gehoord dat Hamlet haar vader Polonius heeft vermoord, stort ze zowel geestelijk als lichamelijk in. Toch denkt ze dat Hamlets overweldigende liefde voor haar de oorzaak is van zijn krankzinnigheid – en dus niet de dood van zijn vader en het overhaaste huwelijk van zijn moeder. Polonius opperde iets soortgelijks: Ophelia is door Hamlets liefde ‘verdwaald, beroofd van ’t enkel denkvermogen’ (‘divided from herself and her fair judgement’, 4.5.85). Ton Hoenselaars wijst er op dat de waanzin van Ophelia is te wijten aan haar verlies van de rede. [6] Courteaux spreekt in dit verband van ‘hysterische uitzinnigheid (…) gevolgd door een vlaag van neerslachtigheid’. [7]

Hamlet: uitvoering in twee opera’s

Bij de analyse van de twee opera’s, van Thomas en Dean, beperk ik mij tot twee vormen van waanzin: hysterie bij Ophelia in Thomas’ opera en de melancholie van Hamlet bij Dean. Hierbij vergewis ik mij ervan dat de betekenis van deze vormen van waanzin respectievelijk drie en vier eeuwen later bij Thomas en Dean zijn verschoven.

Hamlet van Ambroise Thomas

In Thomas’ Hamlet zingt Ophelia twee grote monologen (aria’s). De eerste wordt gezongen in de eerste scène van de tweede akte, ‘Adieu, dit-il, ayez foi!’ De aria ontwikkelt zich richting coloraturen, die het snikken van Ophelia uitbeelden. Zij zingt dat Hamlet haar niet langer liefheeft, dat hij een harteloze man is en het beter is te sterven. De tweede aria van Ophelia komt voor in de vierde scène, ‘Le voilà’. Ophelia meent de stem van Hamlet te horen, wil zich verstoppen tussen het riet, zoals op het beroemde schilderij van Ophelia van John Everett Millais (1851), twijfelt niet aan Hamlets liefde en sterft uiteindelijk. Net als in de oorspronkelijke tekst blijft het in de opera van Thomas onduidelijk of hier sprake is van zelfmoord. [8]

Interessant voor de representatie van waanzin is dat de verschillende opvoeringen van dezelfde opera een andere invalshoek van Ophelia’s hysterie laten zien. Om te beginnen de opvoering van Opera2day, waarin de Frans-Nederlandse sopraan Lucie Chartin de rol van Ophelia zong. Zij is de verpersoonlijking van wat Van den Bosch in zijn studie over waanzin ‘het laatnegentiende-eeuwse exhibitionistische controleverlies van de grote hysterie’ van vrouwelijke bezetenen noemt. [9] Een andere invalshoek toont de Franse coloratuursopraan Natalie Dessay bij een opvoering in het Gran Teatre del Liceu (2004). [10] Zij toont in de woorden van Van den Bosch ‘een gestage trend die kenmerkend werd voor de Europese cultuur’, waarbij de waanzin eerder werd verinnerlijkt. [11] Als reden hiervoor wijst Van den Bosch op het feit dat ‘de stereotiepe theatrale beelden niet langer voldeden. De verinnerlijking zette zich door, met minder uiterlijk vertoon.’ [12]

Deze verschuiving is te verklaren met een beroep op de negentiende-eeuwse en hedendaagse ideeën over waanzin. De hysterie als extraverte, bezeten vorm van waanzin wordt vandaag als stereotype gezien. Hysterie is dan ook al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw verdwenen uit de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Het werd eerst vervangen door de omschrijving ‘theatrale persoonlijkheidsstoornis’ en later door de ‘histrionische persoonlijkheid’ – een omschrijving voor mensen die altijd alle aandacht willen hebben (309.21). [13] Daarmee zijn we ver verwijderd van de betekenis die er in de tijd van Thomas aan werd toegekend en die ook tot uiting kwam in de literatuur, zoals in Madame Bovary van Gustave Flaubert (1856), Anna Karenina van Lev Tolstoj (1877) en Eline Vere van Louis Couperus (1889).

Bron: Rijksstudio. Twaalf voorstellingen uit Shakespeare's Hamlet, Daniel Nikolaus Chodowiecki, 1778.

Hamlet van Brett Dean [14]

In de opera van Brett Dean staat niet hysterie, maar een andere vorm van waanzin centraal, de melancholie. Dean laat echter in het midden wat ‘melancholie’ precies behelst en geeft een eclectische invulling aan het begrip. De melancholie van Hamlet sluit daarbij deels aan bij ons hedendaagse begrip van depressie, en deels bij oudere opvattingen van melancholie.

Aan het begin van de uitvoering wordt de geest van Hamlets vader op een rake manier opgevoerd: als bidprentje. Zijn verschijning wordt hier dus niet voorgesteld als een hallucinatie, een van de vormen van melancholie die Shakespeares tijdgenoot Andreas Laurentius (1560-1609) onderkende in zijn A Discourse of Preservation of the Sight: Of Melancholike Diseases; of Rheumes, and of Old Age (1599). [15] Een andere tijdgenoot van Shakespeare, Robert Burton (1577-1640), somde in The Anatomy of Melancholy (1621) alle betekenissen op die het woord melancholie in zijn tijd had. Melancholie omvatte in de tijd van Shakespeare een breed scala aan emoties en gedragingen, en werd blijkens de opsomming van Burton veel breder ingevuld dan het tegenwoordige begrip ‘depressie’, dat in de DSM de term melancholie heeft vervangen.[16]

Al direct na dit begin volgen Hamlets beroemde woorden ‘To be, or not to be’, die in het originele toneelstuk pas in de derde akte opduiken. Volgens schrijfster Jennifer Wilber zijn deze woorden de ultieme uiting van Hamlets melancholie. [17] In de uitvoering van Dean komen deze woorden voortdurend terug; woorden die benadrukken dat Hamlet er niet in slaagt ‘de actie naar het woord te voegen en het woord naar de actie’. [18] In de opera wordt dit uitgedrukt door een Hamlet (onder andere gezongen door de Engelse tenor Allan Clayton) die rondloopt met knikkende knieën en ellenbogen. In die zin komt zijn waanzin overeen met die van Ophelia, die al even nerveuze trekken vertoont.

Die knikkende knieën, die Burton eveneens tot de kenmerken van melancholie rekende, maken een klunzige indruk. In de regie van Neil Armfield komen echter ook elementen voor die buiten de gangbare definitie van waanzin vallen; het voortdurend hinkelen van Hamlet kan bijvoorbeeld getypeerd worden als afwijkend gedrag, maar is niet kenmerkend voor mensen die waanzinnig zijn.

Conclusie

Begrippen als melancholie en hysterie hadden in de tijd van Shakespeare een andere betekenis dan nu. Wanneer we de twee opera’s van Thomas en Dean naast elkaar leggen, dan valt op dat deze begrippen door Thomas volledig binnen de historische context van de eigen tijd worden geïnterpreteerd, terwijl de versie van Dean eclectischer is, en juist de meerduidigheid van het begrip melancholie probeert te vatten.

Thomas koos er in de negentiende eeuw voor om de hysterie uit te lichten. Latere opvoeringen van Thomas’ opera laten mooi zien dat dit begrip ook na de negentiende eeuw weer van betekenis veranderde: stond in de negentiende-eeuwse versie nog de bezetenheid voorop – de hysterie die zich toont met veel uiterlijk vertoon – in hedendaagse versies is die hysterie afgezwakt en veel meer verinnerlijkt, en toont ze zich eerder in verstild lijden. Hysterie komt vandaag de dag niet meer voor in de DSM, en de manier waarop Lucie Chartin de hysterie in de negentiende eeuw vertolkte zou vandaag de dag als een stereotypering worden beschouwd. De hysterie van Ophelia zoals die tot uitdrukking komt in Thomas uitvoering past dus goed bij het waanzinbegrip uit de tijd waarin hij zijn opera schreef.

De opvatting van melancholie die spreekt uit de opera van Dean past echter minder eenduidig bij ons hedendaagse waanzinsbegrip. Dean speelt met de betekenissen van melancholie. De melancholie van Hamlet vertoont vele trekken van wat in Shakespeares tijd werd verstaan onder melancholie, zoals de nerveuze bewegingen van de ledematen. Andere kenmerken, zoals hallucinaties, worden daarentegen juist weggelaten, en de manier waarop de iconische zin ‘to be or not to be’ voortdurend terugkomt, als om te benadrukken dat Hamlet maar niet tot handelen komt, lijkt juist goed te passen bij de hedendaagse classificatie van depressie, waarin lusteloosheid en verminderde interesse in activiteiten tot de belangrijkste symptomen behoren.

Als toeschouwer kun je je ervan vergewissen wat de twee genoemde vormen van waanzin in de tijd van Shakespeare zelf betekenden en welke lading deze tegenwoordig meekrijgen, bijvoorbeeld als DSM-categorie, zonder ze met terugwerkende kracht op Ophelia en Hamlet in Shakespeares stuk uit het Elizabethaanse tijdperk te projecteren.

Thomas’ opera is kortom duidelijk een negentiende-eeuwse opera, die van Dean nadrukkelijk een van deze tijd, al wordt melancholie hier op een meer eclectische manier gerepresenteerd dan hysterie in de opvoering van Thomas. Shakespeares personages krijgen zo steeds weer een ander waanzinnig gezicht.

Voetnoten

[1] Leo Benedictus, ‘What to say about… Hamlet with Michael Sheen’, The Guardian, 10 november 2011. [2] https://www.opera2day.nl/producties/show/1/hamlet, geraadpleegd op 26 augustus 2020. [3] Carine Alders, ‘Emily Beynon: “Je kunt hier de passie gewoon proeven”’, Preludium 79.3 (2020) 64. [4] Erica Jeal, ‘Hamlet review. Brett Dean conjures spectres, swordfight and swapped soliloquies’, The Guardian, 12 juni 2017. [5] Nederlands-Vlaamse vertaling van Willy Courteaux. [6] Ton Hoenselaars, Shakespeare Forever! Leven en mythe, werk en erfenis (Amsterdam 2017) 182. [7] Shakespeare, Verzameld werk 10, 33. [7] Het thema zelfmoord, waarover recent enkele nieuwe studies zijn verschenen (van Thomas Macho en Derek de Beurs), laat ik hier buiten beschouwing. Zie: Marc van Dijk, ‘Nog steeds een probleem voor de filosofie’, Filosofie Magazine 28.11 (2020) 54-59. [9] Rob van den Bosch, Gedaanten van waanzin. Van schaamteloze razernij naar onbegrepen belevingswereld (Amsterdam 2018) 322. [10] Van deze opvoering bestaat een dvd-opname: EMI Classica 7243 5 99447 9 1. [11] Van den Bosch, Gedaanten van waanzin, 42. [12] Ibidem, 181. [13] Trudy Dehue, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen (Amsterdam en Antwerpen 2008) 47. Zie ook: Marc Schuilenburg, Hysterie. Een cultuurdiagnose (Amsterdam 2019). [14]Van deze opvoering bestaat een dvd-opname: Opus Arte OA 1254 D. [15] Diego Telles-Correia en João Gama Marques, ‘Melancholia before the twentienth century: fear and sorrow or partial insanity?’, https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fpsyg.2015.00081/full, geraadpleegd op 1 november 2020. [16] Ibidem; vgl. Dehue, De depressie-epidemie, 34. [17] Jennifer Wilber, ‘Through te eyes of madness’, https://owlcation.com/humanities/The-Madness-of-Hamlet-and-Ophelia-Mental-Illness-in-Shakespeare, geraadpleegd op 1 september 2020. [18] Hoenselaars, Shakespeare Forever!, 256.

Over de auteur

Els van Swol begon haar loopbaan als bibliothecaris, en ontwikkelde zich tot docent en schrijver – met brede en specialistische kennis van kunst en cultuur. Zij studeerde kunst- en cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en studeerde af op een scriptie met de titel Het kwaad het hoofd bieden, waarin ze visies op het kwaad behandelde bij de filosofe Susan Neiman en de schrijver Philippe Claudel. Momenteel is zij recensent voor NBD Biblion, 8weekly en Literair Nederland. In 2019 verscheen bij KokBoekencentrum van haar hand Mythe, mysterie, mystiek over de theoloog Hendrik Vreekamp.

© 2021 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS |Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl