Identiteit en erkenning volgens Francis Fukuyama. Recensie van Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek

Joost Geevers

Publicatiedatum: 13 mei 2020

De Amerikaanse socioloog en filosoof Francis Fukuyama (1952-) werd aan het einde van de vorige eeuw wereldberoemd met zijn werk The End of History and the Last Man (1992). Hierin stelde hij dat het einddoel van de geschiedenis, gedefinieerd als een wereldwijde ontwikkeling in de richting van de liberale, aan de markteconomie gebonden democratie, nabij was. Sinds die tijd heeft de wereld zich weerbarstiger getoond. In zijn onlangs in het Nederlands verschenen essay Identity. The Demand for Dignity and the Politics of Resentment (2018) formuleert Fukuyama een herbezinning op zijn ideeën in het licht van de huidige wereldpolitiek. Naar eigen zeggen heeft hij zijn grondstelling niet verlaten, maar heeft hij wel een kleine verandering in zijn denken toegelaten: de mogelijkheid dat de liberale democratie in verval kan raken. De kern van zijn betoog is de vraag naar de oorzaak van deze regressie. Het antwoord: de opkomst van collectieve vormen van identiteitspolitiek vormt de belangrijkste bedreiging voor de liberale democratie.

Om dit te kunnen verklaren schetst Fukuyama een geschiedenis van de moderne mens, geïnspireerd op Hegels analyse van de geschiedenis waarbij de strijd om erkenning de belangrijkste drijvende kracht is. [1] Daarnaast construeert hij een mensbeeld dat is gebaseerd op het Platonische begrip thymos, dat Fukuyama omschrijft als het hunkeren van mensen naar positieve oordelen over hun waarde of hun waardigheid en erkenning van die waarde.

Identiteit komt volgens Fukuyama voort uit een onderscheid tussen het innerlijke zelf en de buitenwereld. Dit innerlijke zelf is de basis van een vorm van identiteitspolitiek, waarbij individuen publieke erkenning van hun waardigheid, waarde en autonomie eisen. Volgens Fukuyama leidt deze individuele identiteitspolitiek noodzakelijkerwijs naar het moderne principe van universele gelijkwaardigheid, zoals dat is geïnstitutionaliseerd in de liberale democratie.

Maar bepaalde collectieve vormen van identiteitspolitiek kunnen de liberale staat tevens bedreigen. Fukuyama redeneert dat de mens door individualisering en door het wegvallen van religie en haar zingevings- en morele kader wordt teruggeworpen op zichzelf. Daarmee is ze op een tweesprong gekomen. Het ene pad leidt richting het liberaal individualisme en het andere richting een terugval in collectieve identiteiten als het nationalisme of gepolitiseerde godsdienst. Collectieve identiteitspolitiek gebaseerd op religie of etniciteit vormt volgens Fukuyama het voornaamste gevaar voor de liberale democratie.

Fukuyama toont zich in zijn weergave en diagnose van de menselijke geschiedenis en in zijn oplossingen een radicale verdediger van de Verlichting en van het liberale individualisme. Hij erkent schoorvoetend de noodzaak van collectiviteiten, maar wil de schadelijke vorm van identiteitspolitiek vervangen door een collectieve identiteit die gebaseerd is op Verlichtingsidealen. In samenhang daarmee wil hij een Leitkultur implementeren door middel van een nationale dienstplicht en inburgeringscursussen.

Demonstranten bij de Woman’s march on Washington, 21-22 januari 2017

Deze oplossingen zijn het meest teleurstellende onderdeel van Fukuyama’s betoog. Ten eerste veronderstelt een opgelegde collectieve identiteit een totaal onrealistisch maakbaarheidsideaal. Maar belangrijker nog: een kunstmatig gefabriceerde identiteit op basis van universele beginselen van de Verlichting kan juist leiden tot verzet en vasthouden aan nationale collectiviteiten. De huidige impopulariteit van de Europese Unie maakt dat pijnlijk duidelijk.

Het fundamentele probleem van Fukuyama’s redenering is dat hij blind lijkt voor de onoplosbare spanning tussen authenticiteit en universaliteit die al vanaf het begin in de Verlichting aanwezig was. De Canadese filosoof Charles Taylor (1931-) toont in zijn gezaghebbende boek Sources of the Self. The Making of the Modern Identity (1989) dat deze tweespalt prachtig tot uitdrukking komt in het denken van de 18e-eeuwse Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Fukuyama haalt Rousseau weliswaar veelvuldig aan, maar schetst en buitengewoon eenzijdig beeld van deze denker en laat de gehele hieruit voortkomende geschiedenis van de Romantiek links liggen in zijn betoog.

Als Taylor ons iets geleerd heeft is het dat naast Verlichtingsidealen als respect voor persoonlijke autonomie en erkenning van waardigheid en gelijkheid, sinds de Romantiek de notie van verschil en het streven naar een authentiek en zinvol leven een dominante rol zijn gaan spelen in de westerse moraal. Maar volgens Fukuyama moet dit verlangen naar verschil simpelweg met een therapie gebaseerd op Verlichtingsidealen verholpen worden. Het uitschakelen van het verlangen naar authenticiteit betekent echter het uitschakelen van veel van wat er voor moderne mensen toe doet in hun bestaan. Een oplossing moeten we dan ook niet zoeken in het onderdrukken van de menselijke behoefte aan authenticiteit door ‘meer’ Verlichting, maar vooral in een voortdurende wisselwerking en dialoog tussen de politiek van gelijkwaardigheid en die van verschil.

Noten

[1] Preciezer: op de interpretatie van Hegels geschiedsfilosofie door de marxistische filosoof Alexandre Kojeve.

Bibliografie

  • Fukuyama, Fukuyama, Identity. The Demand for Dignity and the Politics of Resentment (Farrar, Straus and Giroux 2018). In het Nederlandse vertaald als: Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, R. Vernooy vert. (Amsterdam 2019). -., The End of History and the Last Man (Free Press 1992). In het Nederlands vertaald als: Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, A Kapteyns-Bacuna vert. (Contact 1999).
  • Taylor, Charles, Sources of the Self. The Making of the Modern Identity (Harvard University Press 1989). Vertaald als: Bronnen van het zelf, M. Stoltenkamp vert. (Amsterdam 2011).

Over de auteur

Joost Geevers is dirigent en docent aan het Koninklijk conservatorium in Den Haag en het Codarts conservatorium in Rotterdam. Daarnaast is hij student Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en schrijft hij over muziek en filosofie.

© 2020 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS |

Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl