Columnreeks Black Lives Matter. (deel 4/6)

Onheilspellend actueel: over een zwarte vrouw en de Amerikaanse droom

Lenny Vos

Publicatiedatum: 25 mei 2022

In de zomer van 2020 vond de Black Lives Matter-beweging, begonnen in de Verenigde Staten, met een reeks grootschalige demonstraties weerklank in Nederland. In dezelfde tijd verscheen de roman The Street uit 1946 voor het eerst in een Nederlandse vertaling. Het debuut van de Afro-Amerikaanse schrijfster Ann Petry, destijds – toen er nog rassensegregatiewetten van kracht waren in de Verenigde Staten – een bestseller aldaar, blijkt verrassend actueel te zijn. Maar waar zit die actualiteit ‘m precies in?

Hoofdpersoon van De straat is de jonge, Afro-Amerikaanse vrouw Lutie Johnson, die samen met haar zoontje Bub probeert te overleven in het Harlem van de jaren veertig. Ze is pas verhuisd naar een tweekamerappartement in een aftands gebouw. De hoofdstukken over haar leven worden afgewisseld met de verhalen van andere bewoners in het gebouw, zoals een onbeschofte huisbaas en een nieuwsgierige buurvrouw. Uit flashbacks leert de lezer dat Lutie heeft gewerkt als huishoudelijke hulp bij een rijke familie en daar werd aangestoken door het geloof in de Amerikaanse droom. Ze raakt ervan overtuigd dat ‘iedereen rijk kon zijn die dat wilde en hard genoeg werkte en goed genoeg vooruitdacht’. [1]

Ja meneer

De verhalen van de personages in De straat laten echter een andere realiteit zien. Zoals de zwarte rokkenjager, die Lutie ontmoet in een nachtclub. Hij kijkt vol wrok terug op zijn baan als slaapwagonbediende: ‘“Ja, meneer” zeggen tegen iedere blanke hufter die de prijs van een pullmankaartje kon betalen.’ [2] De witte lerares van Bub gruwelt van de kinderen in haar klas en ziet het als een hopeloze opgave hen iets bij te brengen. Lutie voelt een sprankje hoop als zij als zangeres mag optreden in een nachtclub, maar in de pauze hoort ze dat ze geen gage krijgt omdat ze eerst ervaring moet opdoen: ‘Dit was erger dan terug bij af zijn, omdat ze de groei van een rooskleurig optimisme over een stralende toekomst niet had kunnen voorkomen.’ [3]

Petry beschrijft op indringende wijze de armoede in de wijk en laat de personages over hun leven nadenken. In alle ontmoetingen en gedachten zit een raciale laag, soms aan de oppervlakte in expliciete opmerkingen, vaak diep verstopt, maar altijd onmiskenbaar aanwezig. Zelfs het afrekenen bij de slager heeft voor Lutie een raciale ondertoon: ‘Ze nam het wisselgeld nooit direct van hem aan en terwijl hij het voor haar neertelde, vroeg ze zich af waarom niet. (...) Omdat hij blank was en ze een gevoel van macht ervoer als ze hem tot die kleine extra inspanning dwong om het op de toonbank te leggen?’ [4]

Zelf groeide Ann Petry op in een witte gemeenschap in Connecticut, waar haar vader apotheker was. Net als haar vader volgde ze een opleiding aan de College of Pharmacy. Nadat ze met haar man in New York ging wonen, koos ze voor een schrijvend bestaan. Daarnaast werkte ze in Harlem als vrijwilliger bij de naschoolse opvang. Wat zij daar zag aan armoede en criminaliteit komt terug in De straat.

De strijd om een eerzaam bestaan

Tijdens het lezen hoop je vurig dat de voorvallen in deze roman in de Verenigde Staten anno 2020 niet langer voorkomen. Zoals de opmerkingen die Lutie opvangt wanneer zij op straat een magere man ziet liggen in wiens schoenzolen grote gaten zitten. Hij is met messteken omgebracht door de bakker en omstanders merken op: ‘Die blanke van de winkel beweert dat hij hem wilde beroven.’ De volgende dag stond in de krant dat ‘een overval door een “potige neger” op een bakker was verijdeld omdat de eigenaar zich onverwacht had verweerd en hem met een broodmes had neergestoken.’ [5]

Maar sinds de recente Black Lives Matter-protesten weet zelfs een witte lezer als ik beter: dit soort voorvallen komt ook vandaag de dag nog voor. Ook nu bestaan er Luties die piekeren over de allesbepalende rol van hun huidskleur en zich realiseren dat zwarte vrouwen nooit als een individu worden gezien, maar als een bedreiging of een grap. De straat is een onheilspellend verhaal; als lezer leef je mee met Luties strijd om een eerzaam bestaan op te bouwen en hoop je tot het eind op een goede afloop voor haar en haar zoontje. Wat De straat met name actueel maakt, is dat die goede afloop niet komt. Officiële rassensegregatie mag sinds de tijd waarin De straat speelt weliswaar zijn afgeschaft, maar de Amerikaanse droom is nog altijd voor velen niet realiseerbaar.

Voetnoten

[1] Ann Petry, De straat (Amsterdam en Antwerpen 2020) 56. [2] Ibidem, 263. [3] Ibidem, 294. [4] Ibidem, 72-73. [5] Ibidem, 197.

Over de auteur

Lenny Vos studeerde Geschiedenis en Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft recensies voor het Vlaams-Nederlands platform voor literatuurkritiek De Reactor en het tijdschrift Boekman. In het dagelijks leven werkt ze als beleidsmedewerker.

Lenny Vos, ‘Onheilspellend actueel: over een zwarte vrouw en de Amerikaanse droom‘, Locus – Tijdschrift voor Cultuurwetenschappen 25 (2022).

© 2022 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl