Nietzsche: de gids naar een duurzaam leven?

Raoul van Aalst

Publicatiedatum: 17 november 2021

Henk Manschot is emeritus-hoogleraar filosofie en ethiek, en zet zich in voor een duurzamer leven. In 2016 verscheen van hem het boek Blijf de aarde trouw. [1] Daarin stelt Manschot vast dat de ecologische crisis de mensheid dwingt om zich radicaal te bezinnen op het leven dat zij heeft geleid, en op haar modernistische wereldbeeld. De relatie van de mensen tot de aarde heeft een nieuwe oriëntatie nodig, waarin de aarde niet alleen een bron is waarover beschikt kan worden, maar waarin ook limieten worden gesteld aan het menselijk handelen. De aarde neemt in deze nieuwe oriëntatie de centrale plaats over van de mens, en daarom noemt Manschot zijn raamwerk ‘terrasofie’. [2]

Blijf de aarde trouw is een inspirerend boek om ten minste twee redenen. Het is allereerst een uiterst actueel en relevant boek, dat een filosofisch raamwerk probeert te bieden als antwoord op de huidige ecologische crisis. Manschot hanteert bovendien een nieuwe, frisse leeswijze van het werk van de filosoof Nietzsche, en specifiek van het boek Aldus sprak Zarathoestra (1885), een poëtisch werk vol aforismen en Bijbelse allusies. [3] Inhoudelijk introduceert het drie kernbegrippen uit de filosofie van Nietzsche: de ‘Übermensch’, de ‘wil tot macht’ en de ‘eeuwige wederkeer van hetzelfde’. Manschot kiest Zarathoestra als inspiratiebron voor zijn terrasofie, omdat dit volgens hem het hoofdwerk van Nietzsche is. [4]

Nietzsche heeft inderdaad Zarathoestra zijn belangrijkste werk genoemd. [5] Maar Manschot geeft het boek wel een fundamenteel nieuwe rol, namelijk als boek ‘waarin [Nietzsche] zijn visie op de aarde pas echt heeft opgetekend’. [6] De filosoof Thomas Brobjer nuanceert het beeld van Zarathoestra als Nietzsches filosofische hoofdwerk, mijns inziens terecht, door erop te wijzen dat de uitvoering vooral poëtisch en literair is. Hierdoor ontbreekt een diepgaande uitwerking van de ideeën. Die uitwerking moest komen in een later te schrijven filosofisch hoofdwerk. [7] Juist dat gebrek aan uitwerking maakt het boek misschien aantrekkelijk als inspiratiebron: er zijn vele duidingen mogelijk. Maar het doet beslist afbreuk aan de helderheid van een eventuele visie op de aarde die erin zou zijn opgetekend. Met dit argument laat milieufilosoof Martin Drenthen Zarathoestra zelfs geheel buiten beschouwing als hij Nietzsches ecofilosofie reconstrueert. [8]

De keuze voor Nietzsche als bron voor dit terrasofisch project is dus verrassend. Het ecologisch probleem in zijn huidige variant is in het werk van Nietzsche geen thema. Dus waarom gebruikt Manschot juist dit werk als bron? Zijn er goede argumenten om Nietzsche te beschouwen als een terra- of ecofilosoof?

Ecofilosofie en Nietzsche: geen vanzelfsprekende combinatie

De moderne ecofilosofie houdt zich bezig met de relatie tussen mens en milieu. Nietzsche krijgt normaal gesproken niet veel aandacht van ecofilosofen. [9] Hoewel hij een naturaliserend filosoof is, biedt hij bijvoorbeeld geen systematische uitwerking van de vraag hoe om te gaan met de natuur. Ook verwerpt hij zowel een teleologische als een metafysische opvatting van de werkelijkheid. Daarmee is hij voor velen veeleer de filosoof van het nihilisme. Dat lijkt te botsen met de intenties van de ecofilosofie die, onder andere, zoekt naar een morele status voor de natuur als ecosysteem waarin de mens leeft.

Eén van de kernvragen in de ecofilosofie is of het mogelijk is om natuur te conceptualiseren los van een menselijke waardetoekenning. Als ‘natuur’ immers geen zelfstandige morele status heeft, dan is elk gebruik ervan door de mens geoorloofd. Zonder deze status kan er eigenlijk geen ecologisch probleem bestaan: er is geen natuurlijke toestand die in zichzelf beter is dan een andere toestand van de natuur. Het filosofisch probleem in deze conceptualisering van natuur is evident: hoe kan de mens een natuur denken zonder zichzelf? Drenthen noemt dit een fundamentele nietzscheaanse paradox. Een normatieve conceptie van ‘natuur’ is onmisbaar in een ecologische ethiek. Iedere toekenning van waarden aan ‘natuur’ is echter een menselijke daad van macht over de ‘natuur’. [10]

Manschot besteedt geen aandacht aan deze fundamentele vraag in zijn boek, maar veronderstelt dat de natuur een morele status heeft. Het huidige ecologisch probleem is voor hem het startpunt: ‘De aarde blijkt één groot systeem van ecosystemen te zijn die elkaar in evenwicht houden. Het is dit evenwicht dat nu wordt bedreigd.’ [11] De terrasofie beoogt daarom een positieve relatie van de mens tot de aarde. Hiermee wijkt Manschot duidelijk af van de nietzscheaanse mens die weliswaar natuurlijk is, maar een waardevrije relatie tot die natuur heeft. Zoals Anatoli Ignatov, een politicoloog gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling, het formuleert: ‘humans do not work on or against the environment, but with it in continuous, albeit not always harmonious, intercourse.’ [12] Nietzsche ziet de natuur als bron van overvloed; elk concept van schaarste en stress is er een waarin de natuur een norm wordt opgelegd. [13] Vanuit een dergelijk gezichtspunt zou Nietzsche het ecologisch probleem juist kunnen zien als een stimulans voor de mens. [14] Het is een situatie die de mens moet overwinnen, en dit brengt hem verder, maakt hem sterker. De status van de natuur is daarbij slechts contextueel.

Martin Drenthen wijdde zijn dissertatie aan de mogelijke bijdrage van Nietzsche aan de ecofilosofie. Zijn conclusie is dat er in Nietzsches werk geen ecologisch denksysteem aanwezig is, en dat het daarom niet gelezen moet worden als een ecologische ethiek avant la lettre. [15] Dat laatste is echter precies wat Manschot doet, als hij in Nietzsches werk juist een aanzet tot ecofilosofie meent te lezen: ‘we maken [in Zarathoestra] de geboorte mee van wat wij nu ecologische bewustwording zouden noemen.’ [16]

Manschot staat niet alleen in zijn interpretatie van Nietzsche. Zo onderkent literatuurwetenschapper en Nietzsche-kenner Adrian Del Caro Nietzsche ‘as the West’s first major diagnostician of ecological ignorance’. [17] Een centraal argument voor zowel Manschot als Del Caro is Nietzsches kritiek op de moderniteit: de mens heeft zich in toenemende mate onttrokken aan de natuur, maar is daar wel deel van, en moet zich ook als zodanig conceptualiseren, want mens-zijn betekent ook deel uitmaken van die natuur. Volgens posthumanistisch denker Nathan Snaza is het denken van Nietzsche bovendien interessant als inspiratiebron voor ecofilosofen omdat hij niet antropocentrisch denkt. [18]

Op basis van het voorgaande lijkt het voor de hand te liggen om Nietzsche niet als ecofilosoof te lezen, maar hoogstens als inspiratiebron te gebruiken voor een eigen ecofilosofie. In het grootste deel van zijn boek volgt Manschot inderdaad deze lijn, wat goed uitpakt. Maar in het eerste deel van zijn boek gaat hij toch ook op zoek naar een ecologische agenda in Zarathoestra, wat minder overtuigend is.

Foto: Ivan Bertolazzi

Foto: Johannes Rapprich

Hoe Manschot toch een ecologische agenda onderkent bij Nietzsche

Hoewel Manschot in de inleiding van zijn boek duidelijk maakt dat het ecologisch probleem zoals hij het formuleert het zijne is en dat van de huidige tijd, gaat hij toch op onderdelen ver in het lezen van een ecologische agenda in het werk van Nietzsche. Hij ontleent hiervoor twee argumenten uit Zarathoestra: het gebruik van de frase ‘blijf de aarde trouw,’ en het veelvuldig gebruik van natuurlijke beelden in de tekst.

Manschot maakt van ‘blijf de aarde trouw’ een nietzscheaans ecofilosofisch motto: ‘[Nietzsche wil] een nieuwe filosofie ontwikkelen waarin niet de mens centraal staat maar de aarde, een filosofie die zich laat leiden door het motto ‘blijf de aarde trouw.’’ [19] Maar het volledige citaat uit Zarathoestra luidt: ‘Ik bezweer u, mijn broeders, blijft de aarde trouw en gelooft niet degenen, die u van bovenaardse verwachtingen spreken!’ [20] Nietzsche gebruikt de frase dus in contrast met bovenaardse verwachtingen. Manschot gaat bovendien verder in zijn toe-eigening van de spreuk als hij de nietzscheaanse oriëntatie op de aarde en het ecologisch perspectief samenbrengt met Nietzsches kritiek op de moderniteit: ‘Nietzsche gaat dus de moderniteit en de kernwaarden waarop ze steunt, ondervragen op hun ‘natuuronvriendelijkheid’.’ [21] Nietzsches probleem met de moderniteit is echter niet dat zij natuuronvriendelijk zou zijn, maar dat zij abstracties, in plaats van concrete fenomenen, definieert als waarheid. De zin waaraan Manschot in dit boek zoveel gewicht toekent gaat helemaal niet over de natuur, maar over de werkelijkheid. Manschot verbindt een ecologisch perspectief aan Nietzsches gebruik van het woord aarde. Hij maakt daarmee Nietzsche ‘natuurvriendelijker’ dan hij is. De natuur is bij Nietzsche juist ontdaan van waarde of moraal. De natuur heeft bij Nietzsche alleen waarde als resultaat van een menselijke waardetoekenning.

Daarnaast schrijft Manschot dat hij het taalgebruik van Nietzsche duidt als ecologisch gemotiveerd vanwege de vele verwijzingen naar ‘natuur’. Dit ligt echter niet voor de hand, omdat – zoals gezegd – Nietzsche iets anders bedoelde met ‘natuur’ dan hedendaagse ecofilosofen. Een alternatieve interpretatie van de natuurvergelijkingen die Nietzsche veelvuldig gebruikt, is dat dit een taal is waarmee hij dicht bij de dagelijkse ervaring probeerde te blijven. Of, in het verlengde hiervan, dat hij de vergelijkingen simpelweg als een literair stijlelement inzette. Literatuurwetenschapper Stephen Grollman leest Zarathoestra bijvoorbeeld als literaire verpakking van nieuwe ethische imperatieven, die Nietzsche presenteert als alternatief voor een bestaande, conventionele ethiek. [22]

De passages waarin Manschot schrijft over de ecologische agenda die hij in het werk van Nietzsche meent te hebben ‘ontdekt’ zijn de minst overtuigende in zijn boek, omdat hij citaten uit Zarathoestra uit hun verband haalt. Dat is jammer, want dat Nietzsche wel degelijk wat te bieden heeft voor de ecofilosofie toont Manschot in de rest van zijn boek heel mooi aan.

Nietzsche als inspiratiebron voor een nieuwe ecofilosofie

De keuze voor Nietzsche als inspiratiebron voor de ecofilosofie is bijzonder, maar zoals gezegd zeker niet uniek: meerdere milieubewuste schrijvers beroepen zich op hem. De lezing en interpretatie door Manschot is bovendien fris en vernieuwend; hij laat overtuigend zien dat Nietzsche en Zarathoestra voor actuele thema’s als inspiratiebron kunnen dienen. Ook zonder een eigen ecologische agenda bevat het werk van Nietzsche voldoende ideeën om te kunnen inspireren tot een ecofilosofische beschouwing. Allereerst wijst Manschot op een historische parallel: Nietzsche zag in zijn tijd de noodzaak tot een cultuuromslag, een herwaardering van bestaande waarden. [23] In onze tijd ziet Manschot ziet eenzelfde noodzaak: onze huidige omgang met de aarde is niet langer houdbaar. Daarnaast onderkent Manschot drie thema’s bij Nietzsche die, in het licht van het ecologische vraagstuk, kunnen inspireren tot een andere wijze van denken en handelen.

Het eerste thema is Nietzsches kritiek op de moderniteit. Juist de moderniteit heeft de mens ontdaan van zijn betrokkenheid bij de plek op aarde waar hij woont, doordat de mens een abstract begrip werd, gedefinieerd in termen als vrijheid en rede, vrije wil en autonomie. Dit is in Manschots interpretatie van Nietzsche het proces van ‘ont-aarden’ van de mens. [24] Het tweede thema dat Manschot aan Nietzsche ontleent is de herwaardering van het lokale perspectief. Manschot wil streven naar creatieve verbindingen tussen lokale cultuur en ecologisch bewustzijn, en zet dit nadrukkelijk af tegen globalisering, die in zijn opvatting gedreven is door een logica van belangen en winsten, en juist is ontdaan van een planetair perspectief. [25] Nietzsche conceptualiseert een gemeenschap op concrete wijze. Volgens hem staat een gemeenschap in voortdurende interactie met haar omgeving en vormt cultuur de schakel tussen een bepaalde gemeenschap en haar ‘milieu’. Om te kunnen overleven creëert ieder volk haar eigen normen en waarden. Nietzsche gebruikt hiervoor vaak het Bijbelse beeld van de tien geboden, waarbij de definitie van goed en slecht bij een volk een weerslag vormt van haar historische culturele en lokale ervaringen. [26] Nietzsche erkent dus geen absolute moraal, maar een door de omgeving gevormde. Dit is wat de filosoof Gilles Deleuze (1925-1995) en de psychoanalyticus Félix Guattari (1930-1992) geofilosofie noemen, een denkstijl waarvan zij Nietzsche als grondlegger beschouwen. [27] Een cruciaal verschil met Manschots interpretatie is wel dat de aarde bij Nietzsche geen zelfstandige morele waarde heeft, maar een vormende invloed uitoefent. Precies dit is volgens filosoof Gary Shapiro Nietzsches belangrijke bijdrage aan de geofilosofie. [28]

Een derde thema dat Manschot bij Nietzsche vindt is diens ‘experimentele’ levensstijl, het streven om vanuit de eigen ervaring te filosoferen. Manschot ziet in de kenmerken van deze levensstijl (beleven, experimenteel leven, en zichzelf transformeren) belangrijke aanknopingspunten voor zijn eigen ecofilosofie. [29] Ten eerste kunnen volgens Manschot moderne mensen door directe beleving weer sensibel worden voor al wat leeft. Ten tweede roept Nietzsche op je levensstijl zelf vorm te geven en je niet te laten bepalen door de meerderheid. [30]

Op basis van deze drie thema’s laat Manschot zich vooral in praktische termen inspireren door Nietzsche. Hij ontleent er de drie pijlers van zijn ecofilosofie aan: (1) de herontdekking van de aarde als levende entiteit, waar de mens onlosmakelijk deel van uitmaakt; (2) een hernieuwde aandacht voor de plek op aarde (‘lokaal boven globaal’); en (3) een geëngageerde manier van leven en denken, gebaseerd op ervaring, experiment, en zelftransformatie. Met deze interpretatie blijft Manschot ver weg van een theoretisch filosofisch raamwerk, maar biedt hij in plaats daarvan een praktisch kader waarmee iedereen zelf op weg kan naar een levensstijl die de aarde niet uitput.

Conclusie

Het is duidelijk dat Nietzsche geen oplossing biedt voor het huidige ecologisch probleem. Een samenhangend (eco)filosofisch raamwerk biedt hij evenmin; eerder slaat hij het fundament onder een ecofilosofisch raamwerk stuk, door zijn waardevrije opvatting van de natuur. Het lijkt dan ook een gewaagde keuze van Manschot om juist Nietzsche en zijn misschien wel minst filosofische boek Aldus sprak Zarathoestra in te zetten voor zijn ecofilosofische project. Des te meer omdat Nietzsche niet gemakkelijk leesbaar is, en bepaald niet onomstreden.

Op sommige momenten pakt deze keuze inderdaad minder goed uit, vooral als Manschot net iets te nadrukkelijk Nietzsche toch een ecologische agenda toedicht. Maar Blijf de aarde trouw is desalniettemin een geslaagd boek, dat aanzet tot denken en doen. Want als Manschot Nietzsche als inspiratiebron gebruikt, slaagt hij er wonderwel in om zijn filosofie inspirerend te vertalen naar een modern probleem, en ook nog eens praktisch toepasbaar te maken. Hij wijst ons erop dat het bij het aanpakken van onze ecologische problemen niet alleen om maatregelen gaat, maar ook om een andere manier van denken. Hij daagt ons uit om ons leven, in de geest van Nietzsche, tot een krachtig geleefd experiment te maken, waarin we een nieuwe denkwijze creëren over de natuur die meer recht doet aan de natuur als zelfstandige entiteit en huis van de mens.

Noten

[1] Henk Manschot, Blijf de aarde trouw. Pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie (Nijmegen 2016) 11. Hierna: BAT. [2] Ibidem, 101. Ik zal de termen ‘ecofilosofie’ en ‘terrasofie’ hier door elkaar gebruiken. [3] Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra. Een boek voor allen en voor niemand, vert. Pieter Endt en Hendrik Marsman (Amsterdam 2014). Hierna: Zarathoestra. [4] BAT, 15. [5] Friedrich Nietzsche, Ecce homo. Hoe iemand wordt wat hij is, vert. Pé Hawinkels en Paul Beers (Amsterdam 2005) 9. [6] BAT, 15. [7] Thomas Brobjer, ‘Nietzsche’s Magnum Opus,’ History of European Ideas 32.3 (2006) 281-285. [8] Martin Drenthen, Grenzen aan wildheid: wildernisverlangen en de betekenis van Nietzsches moraalkritiek voor de actuele milieu-ethiek (Nijmegen 2003). [9] Martin Drenthen, ‘The Paradox of Environmental Ethics: Nietzsche’s View of Nature and the Wild,’ Environmental Ethics 21.2 (1999) 165. [10] Ibidem, 163. [11] BAT, 19. [12] Anatoli Ignatov, ‘The Earth as a Gift-Giving Ancestor,’ Political Theory 45.1 (2017) 55. [13] Adrian Del Caro, Grounding the Nietzsche Rhetoric of Earth (New York 2004) 65 [14] Vergelijk ibidem, 268. [15] Drenthen, ‘The Paradox,’ 163. [16] BAT, 15. [17] Del Caro, Grounding, x. [18] Nathan Snaza, ‘The Human Animal nach Nietzsche: Re-reading Zarathustra’s Interspecies Community,’ Angelaki 18.4 (2013) 87. [19] BAT, 12 (cursivering in origineel). [20] Zarathoestra, 27 (cursivering in origineel). [21] BAT, 17. [22] Stephen Grollman, ‘Prophets in a Secular Age: Nietzsche’s Also sprach Zarathustra and Buber’s Legende des Baalschem,’ Neophilologus 97 (2013) 367. [23] BAT, 11. [24] Ibidem, 153-154. [25] Ibidem, 159. [26] Del Caro, Grounding, 256. [27] Gilles Deleuze en Félix Guattari, What is Philosophy?, vert. Hugh Tomlinson en Graham Burchell (New York 1994) 102. [28] Gary Shapiro, ‘Beyond Peoples and Fatherlands: Nietzsche’s Geophilosophy and the Direction of the Earth,’ Journal of Nietzsche Studies 35/36 (2008) 14. [29] BAT, 125. [30] Ibidem, 107.

Over de auteur

Raoul van Aalst studeerde bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij ook parttime universitair docent was. Hij is ondernemer en investeerder. Daarbij verweeft hij kennis en ervaring uit vier zeer verschillende domeinen die als een rode draad door zijn carrière lopen: financieel management, onderzoeken en auditeren, leiderschapsontwikkeling, en trainen en onderwijs. Om het studeren niet te verleren studeerde hij Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Dit artikel is gebaseerd op zijn bachelorscriptie, die hij schreef in 2019.

© 2021 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl