Marieke Borren

Publicatiedatum: 8 april 2021

In deze serie columns bespreken cultuurwetenschappers een film vanuit verschillende disciplines. Ditmaal bespreekt filosoof Marieke Borren Boyz n the Hood.

‘One out of every twenty-one black American males will be murdered in their lifetime.’ Deze zin verschijnt in beeld nog vóór het begin van John Singletons Boyz n the Hood – dat dertig jaar geleden verscheen in de bioscopen en sinds 2002 is opgenomen in de Amerikaanse National Film Registry voor ‘cultureel, historisch of esthetisch belangwekkende’ films. Wie deze film nu bekijkt, na de wereldwijde golf van protest tegen straffeloos politiegeweld tegen zwarte mensen, zal zich misschien zo nu en dan verbazen.

Boyz n the Hood toont het dagelijks leven van kansarme Afro-Amerikaanse jongeren in de achterstandswijken van Los Angeles in de jaren tachtig. Armoede, tienerzwangerschappen, verloederende openbare ruimtes, bendes, drugshandel en -misbruik, en klaarblijkelijk ruimschoots beschikbare vuurwapens, maken dat leven vrijwel onontkoombaar gewelddadig. Tegen deze achtergrond maakt hoofdpersoon Tre Styles andere levenskeuzen dan zijn vriend Ricky en diens jongere halfbroer ‘Doughboy’. Tre en Ricky zijn beide schoolverlaters met grote toekomstdromen, maar de laatste is al vader. Doughboy (gespeeld door rapper Ice Cube) is drugsdealer en draaideurcrimineel.

‘Furious’, de vader van Tre, vertegenwoordigt het morele en intellectuele gezag in deze gemeenschap, waarin hij als man die zijn vaderschap serieus neemt een uitzondering is. Furious houdt vlammende betogen over de raciale mechanismen van gentrificatie en hoe de alomtegenwoordigheid van drank- en wapenwinkels in de getto’s de witte machtshebbers goed uitkomt (‘laat ze elkaar maar afmaken!’). Bovenal leert hij Tre zelfrespect door af te zien van het enige pad dat in deze gemeenschap beschikbaar lijkt: lid worden van een gewelddadige bende.

Was dit niet een film met personages van vlees en bloed, die alom wordt geprezen om zijn realistisch aandoende dialogen, dan zou je kunnen denken dat regisseur Singleton opvoedkundige bedoelingen had. Hoe dan ook lijkt hij zich direct te richten tot zwarte jongeren die in miserabele omstandigheden opgroeien, met een mededogen dat ervoor zorgt dat dit sociale drama ondanks enkele schokkende scènes nooit felrealistisch of rauw wordt. Daarin lijkt het op die andere weergaloze klassieker die twee jaar eerder een kritisch en populair succes werd: Spike Lees Do the Right Thing (1989). De verwantschap tussen deze films is niet alleen thematisch – beide gaan over overkokende raciale spanningen – maar ook cinematografisch: Boyz n the Hood en Do the Right Thing baden in warm licht en dialogen vinden grotendeels plaats in toneelachtige scènes op veranda’s, waarin de personages worden uitgelicht.

De wereld van Boyz n the Hood is vrijwel exclusief zwart. De enige witte personages spelen verwaarloosbare dramatische rollen. Er is een naïeve leerkracht die niet in staat is de onderhuidse spanningen tussen de jonge scholieren in goede banen te leiden en we zien, niet verrassend, witte politieagenten op patrouille door de wijk. Het sadisme en anti-zwarte racisme laat Singleton echter enkel van de kant van zwarte agenten komen. Zwarte jongeren worden vooral vermoord door ándere zwarte jongeren en zwarte agenten, zegt Singleton met zoveel woorden in de zin die direct volgt op de al genoemde openingsregel van de film: ‘Most will die at the hands of another black male.’ Uit sociaalpsychologisch onderzoek is inderdaad bekend dat anti-zwarte impliciete vooringenomenheid (bias) voorkomt binnen álle maatschappelijke groepen, inclusief de Afro-Amerikaanse gemeenschap. En hedendaagse geweldsstatistieken laten zien dat persoonlijk geweld nu eenmaal meestal wordt gepleegd door daders die op hun slachtoffer lijken. Singleton suggereert bovendien dat anti-zwart racisme reflexief is: het is een vorm van haat die zich óók tegen zichzelf keert en zo tot zelfvergiftiging en zelfhaat leidt.

Na de Black Lives Matter-protesten zullen regisseurs vermoedelijk niet snel meer kiezen voor een boodschap die bovenal in het teken staat van empowerment: dat de zwarte gemeenschap soeverein haar eigen lot in handen moet nemen. De nadruk ligt nu vooral op verontwaardiging over wit politiegeweld (dat bovendien onbestraft blijft). De protestbeweging van nu gaat de directe confrontatie aan met witte overheersing en racisme, waar Boyz n the Hood doortrokken is van het melancholische besef dat deze massief, onwrikbaar en veerkrachtig zijn.

Want witte mensen mogen in Boyz n the Hood nauwelijks in beeld zijn, de dominantie van hun wereld is tastbaar in de instituties die het leven in de achterstandswijken bepalen en vooral beperken: het openbare bestuur, het leger, huisvesting, en het onderwijssysteem van basisschool tot hoger onderwijs. Deze instituties dienen vooral de belangen van witte mensen en sluiten zwarte mensen uit.

Heeft Boyz n the Hood het witte kijkerspubliek dan niets te zeggen? Toch wel. Deze film is weliswaar geen verontwaardigde aanklacht, maar stelt racisme op een andere manier aan de orde. Dat blijkt vooral in de ontroerende slotscène, waarin Doughboy de dag na een meervoudige moord gepleegd te hebben, als in een Griekse tragedie onder ogen ziet wat hij heeft gedaan. Hij realiseert zich dat Tre een andere keuze heeft gemaakt en raakt in ernstige gewetensnood. De ijzeren wetten van de wraak dicteren bovendien dat zijn impulsieve daad hem heeft verdoemd tot schietschijf. Tv-kijkers zien dagelijks veel ellende uit de hele wereld, stelt hij droevig vast, maar het lot van jongeren als hij blijft voor hen onzichtbaar: ‘Either they don’t know, don’t show, or don’t care about what’s going on in the hood… They didn’t have shit on my brother, man.’ Kijk tenminste, eerlijk en met mededogen, naar het lijden van raciale minderheidsgroeperingen. Dat kan natuurlijk alleen als het ook getoond wordt, in de media en de kunsten, film en literatuur. Dat is wat Singleton de witte kijker voorhoudt en waarmee hij ze met deze film alvast een handje helpt.

Over de auteur

"Marieke Borren is universitair docent filosofie aan de faculteit Cultuurwetenschappen van de OU. Haar huidige onderzoek gaat over de kritische fenomenologie van witheid. In Locus verscheen eerder [dit: https://locus.ou.nl/locus-dossier-het-lichaam/the-spatial-phenomenology-of-white-embodiment-marieke-borren/]artikel van haar."

Marieke Borren, Filmcolumn ‘Boyz n the Hood, dertig jaar late’r, Locus – Tijdschrift voor Cultuurwetenschappen 24 (2021). https://edu.nl/ruehv

© 2021 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl