Anne-Sophie De Mey

Publicatiedatum: ?? juni 2021

In deze serie columns bespreken stafmedewerkers een film vanuit diverse cultuurwetenschappelijke disciplines. Ditmaal bespreekt masterstudent Cultuurwetenschappen Anne-Sophie de Mey Boven is het stil (2013) van Nanouk Leopold.

Een roman herwerken tot film is altijd een heikele opgave. Niet zelden lijkt de bewondering van de regisseur voor de schrijver tot een zekere verlamming in het eigen werk te leiden. De verfilming maakt in zo’n geval sterker gebruik van literaire dan van cinematografische middelen om het narratief te ontwikkelen, zoals bijzondere cameratechnieken en een belichting en geluidsband die de conventie overstijgt. Een in de hand gehouden camera waarmee personages op de huid worden gezeten dan wel een vast camerastandpunt zorgt voor een heel andere interpretatie van de in beeld gebrachte lichamen en plaatsen, zodat een groot deel van het verhaal aan de hand van deze keuzes verteld kan worden. Ook sterk talige films maken natuurlijk gebruik van dergelijke keuzes, alleen negeert de regisseur hier wel eens de kracht van het eigen medium door informatie die hij aan de hand van cinematografische middelen kan overbrengen literair te verpakken. Sterk talige films, waarin soms hele passages van de roman vrijwel ongewijzigd voorkomen, stoten me om deze reden veelal af. Wanneer de regisseur niet meer met een roman schijnt te doen dan de personages en omgevingen visueel te maken, valt de onvermijdelijke vergelijking tussen boek en film wat mij betreft uit in het voordeel van het boek.

Het kan echter ook anders. Sommige regisseurs slagen erin om iets als de gevoelsmatige ‘essentie’ van de roman te vatten en deze emotionele kern met cinematografische middelen tot leven te wekken. In zo’n geval ga ik als kijker de roman op een nieuwe manier begrijpen: niet zozeer aan de hand van beelden uit de film of acteurs waarmee ik de personages vanaf dan vereenzelvig, maar door deze ‘toon’ van het vertelde verhaal in een ander medium uitgedrukt te zien. Boven is het stil (2013) van Nanouk Leopold heeft dit verhelderende effect op mij. Leopold baseerde zich op Gerbrand Bakkers gelijknamige debuutroman uit 2006 en schreef zelf het filmscenario. Ik was blijkbaar niet de enige lezer die werd aangegrepen door Bakkers relaas over een eenzelvige landbouwer die zichzelf van de last van zijn verleden bevrijdt: de roman viel meermaals in de prijzen. Boeken die je graag las, voelen altijd een beetje aan als een persoonlijk bezit: het was dan ook met iets wat je ‘kritisch enthousiasme’ kan noemen dat ik Leopolds interpretatie bekeek.

Wat wordt er weinig gesproken!, moet een van mijn eerste gedachten geweest zijn. In de film volg je boer Helmer (Jeroen Willems) op haast documentaire wijze bij zijn dagelijkse bezigheden. De kleuren zijn grauw, de boerderij en ruimere omgeving ogen somber. Leopold maakt de eigenzinnige keuze de kijker amper informatie mee te delen over Helmers verleden. Wie het boek las, wordt hierdoor verleid om Helmers beweegredenen in te vullen met de informatie uit de roman en vooral bij de drastische plotwijzigingen te blijven hangen. Pas vanaf de tweede keer kijken lukte het me de band tussen roman en film door te knippen. Sindsdien vorm ik mijn interpretatie van de film niet langer door een vergelijking met de roman, maar aan de hand van Leopolds cinematografische keuzes en het schitterende werk van haar acteurs.

'Boven is het stil', 2021, kleurpotlood op hout, Anne-Sophie De Mey

Voor mij gaat Boven is het stil fundamenteel over de relatie tussen een mens en de ruimtes die hij bewoont. De kijker is deelgenoot van iets wat je Helmers ‘mentale ruimtes’ zou kunnen noemen door hem zijn fysieke ruimtes te zien herschikken. Hoe iemand zijn omgeving vormgeeft, wordt mede bepaald door wat iemand als zijn mogelijkheden beschouwt, terwijl deze omgeving tegelijk bepaalde handelingen aan- of ontmoedigt. Het onderscheid dat Helmer tussen ‘boven’ en ‘beneden’ maakt, is een sprekende illustratie van dit laatste. De fysiek pijnlijke, moeizame tocht waarin Helmer zijn vader (Henri Garcin) langs de trap naar de bovenverdieping verhuist, kun je als een overgangsrite zien. Helmers vader wordt naar een andere levenszone verplaatst, hij wordt als het ware uit het (Helmers) leven gehaald en moet ‘boven’ wachten op de dood. Wanneer Helmer hem alsnog iets vertelt over de levens van kennissen, gebeurt dit vaak op zo’n wijze dat Helmer zijn machtspositie tegenover zijn vader onderstreept. Alleen via Helmer staat zijn vader nog in verbinding met het leven, en dit simpelweg omdat Helmers vader zich nu op een andere, afgescheiden verdieping bevindt. ‘Beneden’ tracht Helmer de ruimte open te breken zodat er zich een nieuwe, anders gevormde toekomst in kan nestelen. Zo moet het tweepersoonsbed dat Helmer voor zichzelf installeert zijn nieuwe leven mogelijk maken. Eerst moet de ruimte vrijgemaakt en aangepast worden, pas dan kan het leven in zijn concrete manifestaties zich hiernaar richten.

Door de kijker geen achtergrondinformatie te geven, toont Leopold dat mensen hun verleden zijn, ook als ze er niet over vertellen: elke beweging komt voort uit een welbepaalde, door tal van factoren beïnvloede levenswijze. Iemands lichaam ‘spreekt’ reeds zonder dat het talig spreekt, namelijk in zijn specifieke, handelende betrokkenheid op de wereld. Handen, bij uitstek het menselijk medium tot handelen, zijn in deze film dan ook een belangrijke bron van informatie. Helmers vader leest het gebrek aan werkervaring van knecht Henk (Martijn Lakemeier) af aan diens handen en Helmer vergelijkt de ‘mooie’ handen van melkrijder Johan (Wim Opbrouck) met de agressieve handen van zijn vader, die door Leopold ‘klauwachtig’ in beeld worden gebracht. Wanneer Helmers vader zegt ‘bijna geen gevoel meer’ in zijn handen te hebben, is dit dan ook een voorbode van de intredende dood. Het leven trekt zich terug uit datgene wat hem met de wereld zou kunnen verbinden.

Hoewel Helmer de noodzaak ziet om zijn omgeving te transformeren, beseft hij pas gaandeweg dat dit op een eenzijdige beweging neerkomt. Het is niet voldoende dat hij de hem omringende ruimtes openstelt voor de toekomst, hij moet zich er zelf eveneens door laten ‘openen’. Op een bepaald moment moet namelijk de weerstand doorbroken worden die als een vlies van gewoonten om Helmer heen hangt. Helmers eenzaamheid blijft voortduren zolang deze breekpunten zich niet voltrekken. Er wordt veel gewacht in deze film, terwijl je als kijker begrijpt dat Helmer niet goed weet waarop hij precies wacht. De gedaantes waarin de wereld zich ten slotte tot hem wendt, verrassen hem keer op keer. Pas na Helmers schichtige vlucht van Johans toenaderingspoging zien we Helmer zijn frustratie op de staldeur uitwerken – om zich even later toch weer bij de gang van zaken neer te leggen. Er gaat een soort koppig vertrouwen van Helmer uit; hij gaat er niet zozeer van uit dat alles ‘goed’ komt, maar wel dat de dingen hun noodzakelijke ontvouwing kennen. Misschien kun je dit de filosofie van de landbouwer die van de natuur afhankelijk is noemen.

Helmers vertrouwen loont. Inderdaad: nadat Helmer zijn omgeving ‘geopend’ heeft, ‘opent’ zijn omgeving, beetje bij beetje, hemzelf. Ten slotte zie je Helmer niet langer in huis ronddwalen. Op zijn vaders begrafenis wordt de camera afgewend van het graf tot we alleen nog Helmers fysieke graafwerken zien. In de slotscène gaat hij met een zachte gezichtsuitdrukking in de rietvelden liggen waarmee de film opende en waarin hij halverwege met een wanhopige blik leek rond te ploeteren. De cirkel is rond. Zowel Helmer als zijn omgeving zijn tot rust gekomen in een nieuwe verhouding waarin de mogelijkheden van de een worden ontplooid in de bewegingen van de ander.

Over de auteur

Anne-Sophie De Mey is masterstudent Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en vaste columnist voor LOCUS. Zowel in haar filosofische interesses als in haar tekeningen focust ze op het verband tussen zelfperceptie en de waarneming van de omringende wereld.

© 2021 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl