Nationaal historisch besef en de herdenking van een protestantse martelaar

Jan-Willem Hueting

Publicatiedatum: 4 juni 2019

Inleiding

In 2017 werd in veel Nederlandse kerken aandacht geschonken aan de viering van vijfhonderd jaar ‘Luther spijkert zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg’. Daarbij werd vooral ingegaan op de betekenis van Luther voor het protestantisme in Europa. De Protestantse Kerk in Nederland kwam met een themasite, publicaties en allerlei activiteiten. In de viering klonk nadrukkelijk door dat er na vijfhonderd jaar ruimte is voor oecumene. In het dagblad Trouw verschenen artikelen met termen als verzoening en hereniging. [1] De toon was duidelijk bescheiden en paste bij de geseculariseerde samenleving van de 21e eeuw.


Zo’n honderd jaar eerder vond er ook een herdenking plaats van een protestantse held: Jan de Bakker. Op 15 september 1925 was het exact 400 jaar geleden dat Johannes Pistorius Woerdensis als aanhanger van de nieuwe leer van Luther op de brandstapel belandde. Daarmee was hij een van de eerste slachtoffers van de inquisitie in de lage landen. [2] In tegenstelling tot de geseculariseerde samenleving van nu, was er in de jaren ’20 van de vorige eeuw sprake van een sterk verzuilde maatschappij. Katholiek en protestant stonden in de politiek en het verenigingsleven vaak tegenover elkaar. Desondanks werd er een nationaal comité opgericht om de herdenking voor te bereiden. Het initiatief daartoe kwam uit ‘verschillende kringen van Protestantsch Nederland’, waaronder de gereformeerde predikant J.W. Gunst en de hervormde predikant K.H.E. Gravemeijer, die later betrokken zou zijn bij de oprichting van de SGP. [3]


De oprichting van het comité paste bij de ontwikkeling van een nationaal historisch besef, dat begon in de negentiende eeuw en doorliep tot in de eerste helft van de twintigste eeuw. Volgens de historicus Joep Leerssen ging de ontwikkeling van het politieke nationalisme gepaard met de totstandkoming van een nostalgisch historisch gemeenschapsgevoel. [4] Ook historicus Niek van Sas stelt dat het proces van staatsvorming in de negentiende eeuw sterk samenhing met een nationalisering van de cultuur. Daarbij speelden Grote Verhalen uit de geschiedenis een belangrijke rol. [5] De Britse historicus Eric Hobsbawm introduceerde de benaming ‘uitgevonden tradities’ voor de symbolen, herdenkingen en rituelen die in deze periode ontstonden. Dergelijke tradities moesten aantonen hoe ver de geschiedenis van de natie terugging en hoe de ontstane natiestaten de vanzelfsprekende uitkomst van die historische ontwikkeling waren. [6]


De vraag is of, en op welke wijze, dit nationale karakter tot uiting kwam in de herdenking van Jan de Bakker. Een uitingsvorm van nationaal historisch besef was het oprichten van monumenten en gedenktekens. Niet toevallig zocht het comité het in deze hoek, toen men nadacht over een ‘blijvende memorie’ van Jan de Bakker. [7] Het resultaat bestond onder meer uit de totstandkoming van twee gebrandschilderde ramen in de Grote Kerk (of Jacobskerk) in Den Haag en de Petruskerk te Woerden. De ramen leveren, samen met een aantal publicaties uit de periode 1925-1930, een goed beeld op van de toon en inhoud van deze herdenking.

Het gebrandschilderde raam in Woerden

Het nationaal comité gaf de opdracht voor de ramen aan Max Nauta (1896-1957), een jonge kunstenaar uit Amsterdam die later faam zou verwerven met zijn portretten van de koninklijke familie en Winston Churchill. [8] Nauta lag goed in protestantse kring. In 1923 had hij zich gemend in een discussie over een raam van Jan Toorop voor de Grote Kerk in Den Haag. In een brief aan de synode van de Nederlands-Hervormde Kerk schreef hij dat het raam de deur openzette voor ‘roomsche kunstpropaganda’ in de protestantse kerken. [9] Het raam van Toorop zou uiteindelijk niet worden geplaatst.


Het raam in Woerden was voor Nauta de eerste opdracht als glazenier. [10] Het geld werd bij elkaar gebracht door bijdragen uit protestantse kring. [11] De keuze om Jan de Bakker met kerkramen te eren is opmerkelijk. In de Reformatie was het afbeelden en vereren van heiligen juist een van de grote kritiekpunten geweest. Het protestantisme ontwikkelde zich bij uitstek tot de stroming van het geschreven woord. Daarmee begon de herdenking ook, toen in 1925 een biografie verscheen van de hand van J.W. Gunst, gereformeerd predikant in Woerden. Bij de onthulling van het raam werd opgemerkt dat het hier niet ging om een heilige in de roomse betekenis van het woord, maar in de protestantse betekenis. De herinnering aan het leven, lijden en sterven van Jan de Bakker was een prediking op zichzelf, die de protestanten moest aansporen zijn voorbeeld te volgen en Christus vurig na te leven. [12] Dat motief en doel rechtvaardigden in 1925 een protestants kerkraam.


Het raam in Woerden kwam als eerst tot stand, waarschijnlijk verklaarbaar door het feit dat het een stuk kleiner was en politiek minder gevoelig lag dan het raam in Den Haag. [13] De plaats Woerden was een voor de hand liggende keuze. In deze stad werd Jan geboren en had hij een groot deel van zijn korte leven (hij werd slechts 26 jaar oud) gewoond, gewerkt en gepreekt. Jan de Bakker was de zoon van de koster van de Woerdense Petruskerk geweest. Woerden kende ook de oudste lutherse gemeente van Nederland. [14]


Het raam heeft als thema een hagenpreek. Jan de Bakker is afgebeeld als predikant die met de Bijbel opengeslagen in het veld preekt. Op de achtergrond zien we de stad Woerden, links en rechts de eenvoudige gelovigen. Uiterst rechts zien we twee monniken als voorspelling van Jans tragische lot. Geheel bovenin zien we engelen, het Woord en de duif als symbool van de Heilige Geest. Alle figuren zijn weinig gestileerd en natuurlijk weergegeven. [15] De teksten luiden: ‘In Memoriam aan Johannes Pistorius’, ‘Ick gaen voor’ en ‘In U o Heere’. Deze teksten verwijzen naar de laatste woorden van de martelaar. Nauta koos met opzet voor een strakke renaissanceletter in tegenstelling tot een Gotisch lettertype, als uitdrukking van een zekere distantie ten opzichte van de middeleeuwse en zeker ook moderne Rooms-Katholieke Kerk. [16] Zijn gevangenschap, het verhoor of de terechtstelling zien we op het raam niet terug, hoewel het kasteel een verwijzing kan zijn naar de gevangenschap aldaar.


De onthulling van het raam werd door protestantse tijdgenoten vooral beleefd als teken van hernieuwd protestants zelfvertrouwen, in een tijd waarin het ‘Rome troef’ was. [17] Het bij elkaar sprokkelen van het geld, het nationale karakter van de herdenking en de vele publicaties moesten het ingedutte protestantse deel van de natie wakker schudden, want:

wat ontplooit Rome een macht in onze dagen. Hoe vrijmoedig treedt het op. Wil het Nederland niet verklaren tot Katholieke natie en noemde het dezer dagen de Katholieke politiek niet brutaal weg christelijk-nationaal? [18]

Hieruit blijkt dat de verhoudingen op scherp stonden. Bij de presentatie van het raam verzekerde de voorzitter van het college van kerkvoogden dat er van ‘verroomsching’ geen sprake kon zijn, maar tegelijk bestreed hij dat het raam voortkwam uit antipapisme. [19] Dit was misschien een poging om de gemoederen wat tot bedaren te brengen. Die indruk wordt bevestigd bij het lezen van de onthullingsrede; ook daarin was ruimte voor enkele verzoenende woorden. De predikant benadrukte dat het raam niet wilde laten zien wat Rome heeft aangericht, maar juist wat Jan de Bakker aan Rome heeft willen geven. Men wilde Rome ‘het woord voorhouden’. [20] Of deze handreiking aan katholieken ook als zodanig werd opgevat, is natuurlijk zeer de vraag.

Foto van het gebrandschilderde raam in de Petruskerk te Woerden (Max Nauta). [21]

Het gebrandschilderde raam in Den Haag

Het raam in Woerden vormde slechts de opmaat tot het pronkstuk van de herdenking: het raam in de Grote Kerk in Den Haag. Men koos voor de hofstad, omdat dit de stad was waar het vonnis van Jan de Bakker was voltrokken. Het raam in Den Haag was niet alleen groter en complexer, het bevatte ook veel meer symboliek dan het raam in Woerden. Het bestond uit 50.000 stukjes glas en Nauta werkte er tweeëneenhalf jaar aan. [22] Dat verklaart voor een belangrijk deel dat dit raam pas in 1930 kon worden onthuld, vijf jaar na de oprichting van het comité en het herdenkingsjaar. Waarschijnlijk ging er ook tijd verloren bij het overtuigen van het kerkbestuur en het inzamelen van de benodigde financiële middelen. Het raam wordt beschouwd als een van de belangrijkste werken van Nauta en een hoogtepunt in de moderne Nederlandse glaskunst. [23]


Jan de Bakker is op dit raam minder prominent aanwezig dan op het raam in Woerden. [24] De meeste aandacht gaat uit naar de twee martelaren uit het Nieuwe Testament: Stephanus en Paulus. Daarmee werd uitgedrukt dat Jan de Bakker in het lijden verbonden was met de martelaren uit de begintijd van het christendom. Zij staan aan weerszijden van een zoutblok, een verwijzing naar de Bijbeltekst ‘Gij zij het zout der aarde’ (Mattheüs 5: 13). [25]


Op een niveau hoger in het raam zien we Jan de Bakker, met links van hem zijn rechters en aanklagers. De Bakker wordt omringd door gelovigen en geuzen, waaronder Willem van Oranje. Daarmee wordt de hoofdfiguur geportretteerd als onderdeel van de natie. De vrijheidsstrijd van Oranje was in wezen dezelfde strijd als die van Jan de Bakker, zo wordt gesuggereerd. Voor het eerst zien we hier een duidelijk nationaal element terug. Dit wordt extra benadrukt door het rood-wit-blauw in het kader van het raam en de oranjekleur van de letters van het woord ‘In Memoriam’. De nationale geschiedenis van Nederland wordt verweven met het lijden van protestantse martelaren. Uit beschrijvingen van het raam in kranten blijkt dat deze nationale verwijzing ook als zodanig herkend werd:

Boven de figuren van Stephanus en Paulus een drietredig voetstuk, waarop in letters: “in memoriam Jan de Bakker, martelaar voor het geloof’” en wel op de bovenste trede de woorden “In memoriam” in oranje-kleur, als nationale gedachte, op de middelste de naam in wit (zuiverheid) en op de onderste de woorden “martelaar voor het geloof” in blauw, de kleur van de waarheid. [26]

Bovendien koos Nauta er bewust voor de marteling en terechtstelling niet af te beelden. [27] We zien alleen het bloed van de martelaren dat druipt op het altaar van het ware geloof. Het ging ten diepste niet om de persoon van Jan de Bakker, maar om het bovenpersoonlijke waarnaar Jan de Bakker zelf ook wijst. Zeer duidelijk zichtbaar is daarom het kruis, dat gevormd wordt door vier stralenbundels. Het licht van de stralenbundels gaat uit van het Woord, maar vindt zijn oorsprong in de Heilige Geest die geheel bovenin als duif wordt afgebeeld. Men haastte zich echter wel om hierbij op te merken dat het kruis ‘geheel in protestantschen zin’ moest worden opgevat. [28]

In reacties op de onthulling van het raam was het oordeel over het vakmanschap van Nauta positief. Kranten beschreven het raam als een bijzonder kunstwerk en een aanwinst voor de stad. [29] Als het gaat om de inhoudelijke kant van de herdenking was de toon veel wisselender. De publicaties rondom de herdenking kwamen vooral voort uit gereformeerde hoek. In sommige geschriften werden katholieken beschuldigd van ‘duivelse domheid’. [30] In andere publicaties treffen we toch een gematigdere toon aan:

Dan zullen wij wars zijn van alle anti-papisme; dan zullen wij er van doordrongen zijn, dat wij als Christenen, als Protestanten, geen haat mogen koesteren tegen roomsche broeders en zusters. [31]

Er werd gesproken over het suprahistorische karakter van de herdenking en het internationale karakter van het werk in Gods Koninkrijk. [32]

In katholieke kring werd over de Jan de Bakker-herdenking het liefst gezwegen, wat op zichzelf weer ergernis opriep bij de protestanten. Bij een radiorede van dominee Westmijse op 15 september 1925 stopte de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (de voorloper van de publieke omroep) de uitzending toen de dominee zich beklaagde over het zwijgen van de katholieken. Hadden de protestanten toch ook niet schuld bekend voor wat Servet was aangedaan in Geneve?! Deze aanklacht ging de neutrale NSF toch te ver, met als gevolg dat de uitzending werd gestopt. Westmijse liet zich echter niet zo makkelijk aan de kant zetten en zorgde ervoor dat de rede alsnog werd uitgesproken, maar dan via het papier. [33] Het is een incident dat treffend illustreert dat de verhoudingen tussen protestanten en katholieken rond 1930, toen de verzuiling zijn hoogtepunt bereikte, nogal gespannen waren.

Foto van het Jan de Bakker-gedenkraam in de Grote Kerk te Den Haag (Max Nauta). [34]

Conclusie

Jan de Bakker was in 1925 een protestantse held in een sterk verzuild land. Een echt nationale herdenking, waarbij de Nederlandse bevolking in de breedte betrokken kon zijn, was daarom niet mogelijk. Nationaal betekende voor het herdenkingscomité vooral protestants. De geschiedenis van Reformatie, inquisitie en Opstand had Nederland gevormd tot een protestants land en dat moest volgens velen vooral zo blijven. Op het hoogtepunt van de verzuiling kon er van werkelijke verbroedering geen sprake zijn. Toch kan de welwillende beschouwer in de publicaties en de gedenkramen een eerste aanzet tot verzoening zien. In het raam in Den Haag komt dit sterker tot uitdrukking dan in Woerden.


Het raam in Woerden had tot doel om Jan de Bakker blijvend te herinneren voor wat hij in Woerden gedaan heeft: het prediken van de ware christelijke leer. Om die reden wordt hij ook als zodanig afgebeeld, waarbij een nationale component ontbreekt. De afwezigheid van de martelingen en de executie kan mogelijk als verzoenend gebaar worden opgevat. In Den Haag zien we echter wel enkele nationale elementen terug: de aanwezigheid van Willem van Oranje, de geuzen, de kleur oranje en het rood-wit-blauw.


Daarmee is deze herdenking een passend voorbeeld bij de bredere ontwikkeling van een nationaal historisch besef, zoals geschetst door Leerssen. Het uitgesproken protestantse martelaarsverhaal werd verbonden met de ontstaansgeschiedenis van Nederland, waarbij ‘vrijheid’ het verbindende element vormde. Zo werd van twee verhalen één Groot Verhaal gecreëerd. Dit sluit aan bij de ontwikkeling zoals die door Van Sas en Hobsbawm geschetst wordt. Het verhaal van Jan de Bakker werd met het Haagse raam in de nationale geschiedenis ingekaderd, door Nauta letterlijk weergegeven met het rood-wit-blauwe kader. Dat kader omvat echter niet het gehele raam: uiteindelijk overstijgt het goddelijk licht van het kruis alle aardse spelers. Daarmee sloeg Nauta een toon aan die in de hofstad misschien wel beter begrepen en gewaardeerd werd, dan bij de gereformeerde achterban in de provincie.

Literatuurverwijzingen

[1] ‘Luther 500 jaar Reformatie’, Trouw. https://www.trouw.nl/luther-500-jaar-reformatie~d59369d512c3fdf2d9b13dcd5, laatst geraadpleegd op 23 maart 2019.

[2] Een verslag van de verhoren en terechtstelling is onder meer terug te lezen in: G. Gnapheus, De eerste Hollandsche martelaar of geschiedenis van het lijden en den dood van Johannes Pistorius (Antwerpen 1858; herdruk 1970).

[3] ‘Jan de Bakker-herdenking’, Algemeen Handelsblad, 26 juni 1925.

[4] J. Leerssen, ‘De negentiende eeuw: taal, natie, staat en ras’ in: Idem, Nationaal denken in Europa. Een cultuurhistorische schets (Amsterdam 1999) 65-89, aldaar 84-85.

[5] N. van Sas, ‘Nederland. Een historisch fenomeen’ in: Idem, De metamorfose van Nederland (Amsterdam 2004) 41-66, aldaar 58.

[6] E. Hobsbawm, ‘Introduction. Inventing traditions’ in: Eric Hobsbawm en Terence Ranger ed., The Invention of Tradition (Cambridge 2000) 1-14, aldaar 4-5.

[7] De term ‘memorie’ was een bewuste keuze. Bij de terechtstelling sprak de griffier Sandelijn de woorden dat Jan de Bakker ‘geleyt zal worden op ’t schavot staende optie Plaetse alhier in den Hage ende aldaer gebrant te worden te polvre toe [tot pulver toe], zulcx dat van hem geene memorie meer en zij’. In vrijwel alle publicaties worden deze woorden aangehaald. Zie onder meer: J.W. Gunst, Johannes Pistorius Woerdensis (Hilversum 1925) 296.

[8] P.A. Scheen, ‘Nauta, Marten’ in: Idem, Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950 (Den Haag 1970) 95.

[9] C. Hoogveld, Glas in lood in Nederland 1817-1968 (Den Haag 1989) 118.

[10] M. Muller en E. van Loo, Max Nauta (Amsterdam 1949) 38.

[11] J.W. Gunst en G.A. de Ridder, Het Jan de Bakker gedenkraam in de Jacobskerk Den Haag (Amsterdam 1930) 18.

[12] ‘Openingsrede’, Algemeen Handelsblad, 16 september 1926

[13] ‘Het door Max Nauta ontworpen gedenkraam, dat ter herinnering aan Jan de Bakker (Johannes Pistorius) onthuld is in de Ned. Her. Kerk te Woerden’, Algemeen Handelsblad, 17 september 1926.

[14] J. Smit, Jan de Bakker, de eerste Noordnederlandsche Martelaar voor het protestantisme, den 15den september 1525 in Den Haag verbrand en na vier eeuwen herdacht (Den Haag 1925) 12.

[15] Hoogveld, Glas in lood in Nederland, 124.

[16] Zie voor een verdere beschrijving: ‘Het Jan de Bakker-raam’, Algemeen Handelsblad, 6 september 1926.

[17] Zie bijvoorbeeld: ‘Jan de Bakkerraam te Den Haag’, De Klok, 10 september 1930.

[18] J. van Duyvenbooden, Jan de bakker geworgd en verbrand 15 september 1525 ‘Sulx dat van hem geen memorie meer sy’ (Wageningen 1926) 15.

[19] ‘Onthulling Jan de Bakker gedenkraam te Woerden’, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 16 september 1926.

[20] ‘Openingsrede’, Algemeen Handelsblad, 16 september 1926.

[21] ‘Petruskerk Woerden’, Kerkfotografie. http://kerkfotografie.nl/petruskerk-woerden/, laatst geraadpleegd op 16 maart 2019.

[22] ‘Gedenkraam voor Jan de Bakker, de symbolische betekenis’, Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij, 15 augustus 1930.

[23] Hoogveld, Glas in lood in Nederland, 294; Muller en Van Loo, Max Nauta, 40.

[24] Ten tijde van de onthulling verscheen een bijbehorende publicatie met veel informatie: Gunst en De Ridder, Het Jan de Bakker gedenkraam in de Jacobskerk Den Haag, 6-18.

[25] Hoogveld, Glas in lood in Nederland, 124.

[26] ‘Onthulling Jan de Bakker-gedenkraam’, Haagse Courant, 15 augustus 1930.

[27] Gunst en de Ridder, Het Jan de Bakker gedenkraam, 11.

[28] Gunst en de Ridder, Het Jan de Bakker gedenkraam, 14.

[29] ‘Het Jan de Bakker-raam’, Haagse Courant, 15 augustus 1930.

[30] Duyvenbooden, Jan de bakker geworgd en verbrand, 2.

[31] G. Westmijse, De onderbroken radio-rede (Amsterdam 1926) 8.

[32] J. Petri, Jan de Bakker herdacht, predikatie uitgesproken in de Augustijnenkerk op zondag 3 september 1925 (Dordrecht 1925) 15.

[33] Westmijse, De onderbroken radio-rede, 5.

[34] ‘Grote Kerk Den Haag’, Kerkfotografie. http://kerkfotografie.nl/grote-kerk-den-haag-2/, laatst geraadpleegd op 23 maart 2019.

Over de auteur

Jan-Willem Hueting studeerde eind 2018 cum laude af in de master Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. In het dagelijks leven staat hij voor de klas als docent geschiedenis op College de Heemlanden in Houten. 

© 2019 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS |

Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl