Wat is eigenlijk een vrouw?

Column door Femke Kok

Wat is eigenlijk een vrouw? In de zaak van de Zuid-Afrikaanse hardloopster Caster Semenya tegen het IAAF is deze vraag de olifant in de kamer. Sporttribunaal CAS stelt in zijn uitspraak dat de bepaling van het IAAF om een bovengrens te stellen aan de testosteronwaarden van vrouwelijke atleten discriminatoir is, maar tegelijk ook nodig om de integriteit van de vrouwenatletiek te bewaken. De rechters laten zich niet expliciet uit over de vraag of hyperandrogene atleten vrouwen zijn of niet. Ook wordt er niet meer gerept over de omstreden seksetest die Semenya in 2009 heeft ondergaan. Toch speelt de opvatting dat atleten zoals Semenya niet voldoende vrouw zijn om in een competitie tegen andere vrouwen uit te komen, in feite nog steeds een beslissende rol.

Testosteronklassen en gewichtsklassen

In de publieke discussie die is losgebarsten na de uitspraak van CAS lijkt de vraag ‘wat is een vrouw?’ op het eerste gezicht ook geen belangrijke rol te spelen, maar schijn bedriegt.

De discussie spitst zich toe op de vraag of het causale verband tussen een hogere testosteronspiegel en een betere prestatie in de atletiek voldoende wetenschappelijk is aangetoond en – in het verlengde daarvan – of testosteron een geschikte parameter is om te discrimineren binnen de atletiek voor vrouwen. Maar waarom zouden we eigenlijk willen discrimineren binnen de vrouwenatletiek, als het niet is om vrouwen van mannen te onderscheiden?


Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de VU, vindt het geen bezwaar dat de bepaling van het IAAF discriminatoir is, omdat sport per definitie discriminerend is: er is bijvoorbeeld al een onderscheid tussen een mannen- en een vrouwencompetitie. [1] Olfers stelt dat het onderscheid tussen man en vrouw vandaag de dag gelukkig niet meer wordt gemaakt op basis van lichamelijke kenmerken. Daarbij doelt zij op uiterlijke kenmerken, zoals uitwendige geslachtsorganen en spierontwikkeling, want het IAAF discrimineert wel degelijk op een lichamelijk kenmerk: de testosteronwaarden in het bloed. Dergelijke onderscheidingen worden volgens Olfers echter vaker gemaakt: binnen gevechtssporten worden deelnemers bijvoorbeeld ingedeeld in gewichtsklassen.


Toch gaat deze vergelijking mank: binnen de atletiek bestaat immers niet zoiets als ‘testosteronklassen’, die vergelijkbaar zijn met gewichtsklassen. Als Semenya besluit geen hormoontherapie te volgen, is er niet een hogere testosteronklasse waarin zij uit kan komen, maar wordt ze gewoon uitgesloten van deelname. Gewichtsklassen discrimineren bovendien niet naar sekse: er zijn geen gevallen bekend van vrouwen die te zwaar zijn om uit te mogen komen tegen andere vrouwen.

Vrouwelijkheid

Volgens het IAAF is de testosteronspiegel op dit moment het beste criterium om te bepalen of een vrouw tegen andere vrouwen uit mag komen. En dat is gek, want niet alleen ontbreekt sterk wetenschappelijk bewijs voor een causaal verband tussen testosteron en prestaties in de atletiek; ook als een dergelijk verband zou kunnen worden aangetoond is de hoeveelheid testosteron in het bloed geen criterium voor het onderscheid tussen man en vrouw. IAAF en CAS sluiten dus volstrekt willekeurig een deel van de vrouwelijke atleten uit van competitie omdat zij menen dat vrouwen zoals Semenya niet vrouw genoeg zijn om het op te nemen in een competitie tegen andere vrouwen.


Dit is precies waar de schoen wringt. De vraag ‘wie mag er deelnemen aan de vrouwencompetitie?’ wordt ingevuld als ‘hoe vrouwelijk moet je zijn om het tegen andere vrouwen te mogen opnemen?’ Het probleem is echter dat ‘mannelijkheid’ en ‘vrouwelijkheid’ niet louter gebonden zijn aan biologische geslachtsverschillen. De Franse filosofe Simone de Beauvoir liet zien dat de betekenissen die mensen aan het lichaam toekennen, inclusief die van mannelijkheid en vrouwelijkheid, afhankelijk zijn van onder meer cultuur, traditie en sociaaleconomische omstandigheden. ‘Je wordt niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt’, luidt een beroemde zin uit haar boek De tweede sekse. Dat Semenya ‘mannelijk’ of ‘niet vrouw genoeg’ zou zijn, is niet het gevolg van haar sekse, maar van onze cultureel bepaalde opvattingen over wat vrouwelijk is: ronde vormen, een hoge stem, een elegante gang, en van de eveneens cultureel bepaalde associatie van testosteron met ‘mannelijkheid’. Het IAAF en het CAS gebruiken nu in feite hun macht om te bepalen wat een ‘normale’ vrouw is: door hyperandrogene vrouwen uit te sluiten, bevestigen deze organisaties de heersende normen van vrouwelijkheid zonder deze expliciet ter discussie te stellen.

Uitweg uit de vrouwelijkheidsimpasse

In het verleden is de seksetest een doodlopende weg gebleken om vrouwen definitief van mannen te onderscheiden. Testosteronwaarden lijken op het eerste gezicht een objectieve discriminatoire maatstaf, maar omdat testosteron geen beslissend criterium is voor het onderscheid tussen man en vrouw is de scheidslijn die zo wordt gecreëerd binnen de vrouwenatletiek willekeurig. Het CAS erkent dit, maar vindt dit acceptabel zolang er geen ander criterium is. Daarmee bevestigt het CAS de breed gedragen opvatting dat er een dergelijk criterium nodig is. Die opvatting zegt echter meer over onze ideeën over vrouwelijkheid, dan dat het een noodzaak binnen de vrouwen topsport uitdrukt. De vraag ‘wat is een vrouw?’ blijft dus de olifant in de kamer waar iedereen met een grote boog omheen loopt, maar die op de achtergrond beslissend blijkt.


Is er dan geen uitweg uit deze impasse? Toch wel, bijvoorbeeld wanneer we erkennen dat vrouwen zoals Semenya vrouwen zijn, die door hun natuurlijk aanleg een sportief voordeel hebben op hun concurrentes, precies zoals een hoog aeroob vermogen een voordeel biedt op de marathon en een goed rekenvermogen een schaker bevoordeelt. Sport is per definitie een oneerlijke krachtmeting, omdat degene met de meeste natuurlijke aanleg altijd in het voordeel is. Caster Semenya heeft meermaals bewezen tot de allersnelste vrouwen op de middellange afstand te behoren. We zouden haar beter gewoon toejuichen, in plaats van haar te dwingen een hormoonbehandeling te ondergaan.

Noten

[1] Zie onder andere www.nrc.nl.

Over de auteur

Femke Kok is filosoof en werkt als universitair docent aan de opleiding Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Haar huidige onderzoek richt zich op de filosofie van het ouder worden.

© 2018 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS |

Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl