Columnreeks Black Lives Matter. (deel 3/6)

Break it to me gently…

Evelien Wekker

Publicatiedatum: 28 april 2022

De onlangs met de P.C. Hooft-prijs bekroonde schrijver Arnon Grunberg beaamt het op de achterflap: Hallo witte mensen (2017) van Anousha Nzume is een belangrijk boek. Belangrijk, ja, maar niet gemakkelijk. Misschien dat de titel nog als een vriendelijke begroeting kan worden opgevat. En de spiegel op het voorplat doet wellicht denken aan een sprookje – maar al gauw wordt duidelijk wie er niet zal worden uitgeroepen tot de mooiste van het land. Wat het boek zo belangrijk maakt, is niet alleen de boodschap, maar ook de vorm waarin Nzume die overbrengt.

Eerst over de boodschap. Hallo witte mensen is opgezet als inleidende cursus in Black Lives Matter-gerelateerde thema’s. Zo bevat het korte verslagen van gesprekken met diverse deskundigen en verklarende woordenlijstjes. Suggesties voor verdere lectuur vormen een toegift bij ieder hoofdstuk. Nzume gebruikt hedendaagse anti-racismeterminologie, haar boek doet dienst als inwijding in die taal. Wel verdient het aanbeveling om het boek in doses tot je te nemen: voor de een kan de materie moeilijk verteerbaar zijn, bij de ander roept die misschien herinneringen aan pijnlijke ervaringen op. Voor een omgang met zulke herinneringen biedt het boek zelfhulptips aan.

Nzume vraagt haar lezers zich bij de hand te laten nemen. Tijdens de wandeling langs vele toe- en misstanden in de samenleving die haar boek is, houdt ze haar witte lezer en metgezel nauwlettend in de gaten. Wat vindt zij, die metgezel, van Nzumes uitgestippelde route? Nzume hoort haar regelmatig denken en redeneren, soms zelfs stampvoeten, zich vertwijfeld afvragend of er nog iets is dat wél mag. Of ze hoort haar constateren dat het effect van Hallo witte mensen geenszins verbindend is. Zulke frustratie is niet wat Nzume teweeg wil brengen met haar lastige boodschap. Witte lezers hoeven zich niet schuldig of een slecht mens te voelen; na de studies over ‘exotische’ culturen die eeuwenlang zijn verschenen, is het simpelweg tijd om het perspectief eens om te draaien.

Lieve witte lezer

Wat dan wel Nzumes beoogde effect is? De titel van een van de paragrafen, ‘Bondgenootschap voor dummies’, vormt wellicht het antwoord op die vraag. Het doel van Nzumes oproep om je in te lezen, je in anderen te verplaatsen en verantwoordelijkheid te nemen in het leven van alledag, is om bondgenoten te verzamelen in de strijd tegen ongelijke machtsverhoudingen. Als bondgenoot die strijd aangaan kunnen witte mensen als geen ander, legt ze uit. Wanneer zij hun ervaringen met racisme in de persoonlijke sfeer met andere witte mensen delen, dan telt dat voor twee. Zo schrijft Nzume over een witte moeder, die naast haar witte zoon ook een geadopteerde zwarte zoon heeft. Tot haar eigen afschuw merkt deze moeder dat wanneer ze over de ongelijkwaardige behandeling van haar zoons in de maatschappij vertelt, zij, in tegenstelling tot haar zwarte zoon, vaak wel meteen geloofd wordt.

Om haar oproep in goede aarde te doen vallen, spreekt Nzume regelmatig van een ‘lieve witte lezer’ en noemt ze deze zelfs een geschenk uit de hemel. Toch vermijdt ze onderlinge gevoeligheden niet. Wit privilege en witte fragiliteit komen kritisch aan bod, maar ook het advies dat witte mensen vaak aan andersgekleurden geven om zich niet door racistische grapjes te laten kwetsen en het vooral ‘gezellig’ te houden.

Naast expliciete toenaderingspogingen tot witte lezers, heeft Nzume ook metaforen in haar boodschap verwerkt. Met name de kortnekmetafoor maakt haar boodschap duidelijker en minder offensief. In de paragraaf ‘Peter met de korte nek’ verhaalt Nzume over een hoofdpersoon die als kind vanuit de kosmos naar de planeet Aarde verhuist. In zijn tijd op aarde beïnvloedt zijn neklengte zijn ervaringen: op school en bij sollicitaties zijn zijn kansen vergelijkbaar met die van Nederlanders van kleur. Bij het lezen van deze paragraaf besefte ik dat er manieren bestaan om een moeilijke boodschap vriendelijk doch doeltreffend over te brengen – ondanks afweermechanismen die doorgaans spontaan bij mensen in werking treden. Hoe zit dat? Beeldspraak doet een beroep op ons creatieve vermogen, stelt ons in staat om vastgeroeste denkpatronen los te weken en anders te kijken. Beeldspraak maakt dat we meer met ons hart dan met het hoofd tot inzichten komen.

Besef van continuïteit, toewijding aan verandering

Meer in metaforen spreken: de vorm van Nzumes tekst inspireerde me tot een goed voornemen. Maar zoals het vaak met voornemens gaat, zijn ze gevoelig voor spontane afdanking. Een opmerking over de term ‘omgekeerd racisme’ in een tv-programma, een nieuwsbrief met een item over extreemrechtse jongeren die Nederland ‘wit’ willen maken en… weg zijn mijn mooie plannen. Dan moet ik mezelf stellig aan mijn besluit herinneren om toepasselijke metaforen te bedenken, deze als communicatiemiddel in te zetten en zo tot wederzijds begrip te komen. Volhouden maar.

Besef van continuïteit en toewijding aan verandering: op de kruising van die twee moeten we volgens mij ons heil zoeken. Besef van continuïteit is van belang omdat onze gemeenschappelijke geschiedenis niet als afgerond geheel kan worden opgeborgen om eens per jaar te worden afgestoft. Zo waarschuwt antropoloog Markus Balkenhol dat herdenkingen het risico met zich meebrengen dat het slavernijverleden tot cultureel erfgoed verwordt, dat het verleden stolt: ‘De kunst is juist om de continuïteit te begrijpen.’ Net als Balkenhol spoort Nzume witte lezers aan om deze kunst te leren beheersen.

Ergens op de ononderbroken lijn van verleden naar toekomst ligt een stipje dat heden heet. Om het daar zo gezellig mogelijk te maken, is er ook verandering nodig. Dit besef is meteen mijn antwoord op de prangende slotvraag van Nzume: ‘Wat ga jij doen?’ Om onderdeel te kunnen worden van een oplossing, van een gezellig heden, moet ook ik – die aardig wat met de continuïteit van racisme te kampen heeft – me toeleggen op verandering. Ik claim graag het recht op mijn emoties en de authentieke uiting daarvan. Moet daar iets aan veranderen? ‘Onderbrengen in en transformeren tot vriendelijke metaforen’ is weliswaar mijn voornemen naar aanleiding van Nzumes boek, maar hoe dat voornemen te realiseren? Verstand en hart zullen voortdurend in debat blijven. In afwachting van alle metaforen die ik nog zal verzinnen, zing ik mee met Brenda Lee: ‘Break it to me gently…’

Over de auteur

Evelien Wekker is Nederlandse van Surinaamse afkomst en woont ruim vijfenveertig jaar in Nederland. Ze zit in de postpropedeutische fase van de open bachelor Psychologie met verbreding Culturele Wetenschappen. Toen ze in 2020 vernam dat Susan Hogervorst een leesclub over racisme en discriminatie organiseerde, heeft ze zich enthousiast aangemeld.

Evelien Wekker, ‘Break it to me gently…’, Locus – Tijdschrift voor Cultuurwetenschappen 25 (2022). https://edu.nl/kjym4

© 2022 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU | Voor het colofon zie Over LOCUS | Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl